Tag Archief van: samenwerken

Niets Gladstrijken in een DeelGenootschap

“Ik heb het gevoel dat we met z’n allen onder een glazen stolp zitten” zei ze een jaar geleden tegen me. Ze is de initiatiefnemer van een centrum dat een groep professionals in de zorg onder één dak brengt.

Leider in verwarring

Ze was op dat moment pas twee jaar onderweg met haar team, maar ze was alle plezier allang kwijt. Ze durfde het nauwelijks hardop te zeggen. Het voelde alsof het team een blok aan haar been was geworden. Door de loyaliteit van ‘al die lieve mensen’, wilde ze daar niets over zeggen. Ze merkte op dat ze steeds vaker de bestuursvergaderingen ontweek en dat ze er naar verlangde om er uit te stappen.

Daar werd het alleen maar erger van. De teamleden voelden haar terugtrekkende beweging haarfijn aan en eisten des te nadrukkelijker haar aanwezigheid op. “Je toont geen leiderschap” was het verwijt. En daar reageerde zij dan weer op met uiterlijke excuses en de belofte dat ze haar leven zou beteren. Maar ze voelde innerlijk de afkeer groeien. Ze kwam steeds verder in de knel en vroeg me om haar te ondersteunen om een ‘way out’ te vinden.

Voor de draad ermee

Stapje voor stapje zijn we vanaf dat moment gaan oppakken wat er moest worden aangekeken en ondertussen bouwden we voorzichtig het DeelGenootschap op. Dat had consequenties in alle onderlinge relaties. De initiatiefneemster bevond zich in het midden van de groep als een naaf in een wagenwiel. Alle relaties moesten stuk voor stuk worden ontvlecht en opgehelderd. Geen makkelijke weg want schaamte over het achterhouden van haar eerlijkheid speelde naar iedereen. En keer op keer moest ze een ‘coming out’ aangaan over wat ze nou eigenlijk werkelijk voelde.

Dat bracht een zeer belonend proces op gang want naarmate de initiatiefneemster vorderde met het blootleggen van de onderstroom, hoe meer er in de groep als geheel aan het licht kwam. Er is zo veel wat mensen geneigd zijn om voor elkaar verborgen te houden: uit bescherming; uit onvermogen om dingen zonder lading te zeggen; uit angst om niet geaccepteerd te worden; uit vrees dat de ander niet tegen kritiek kan; enzovoort.

Het is heel behulpzaam om mensen er steeds toe uit te nodigen om meer mededeelzaam te worden over wat er nu eigenlijk écht wordt gevoeld. En het is ook fijn om iemand in de groep te hebben die een dergelijke rol goed past en die mensen helpt om zich meer expliciet uit te gaan spreken.

Gewoontes doorbreken

Het opbouwen van het DeelGenootschap is óók een kwestie van het doorbreken van gewoontes in het denken over besluitvorming. Je moet de tent toch besturen?! Er moet toch verantwoordelijkheid worden genomen voor ons allen?! Er is een massa aan voorbeelden te vinden in het dagelijks taalgebruik die wijzen op innerlijke beelden. Je hoort gewoonte getrouwe zinnetjes waarmee mensen uitdrukking geven aan de overtuigingen en verwachtingen die ze koesteren ten aanzien van besturen en beslissen. Meestal zijn die dingen impliciet en onbewust. En, heel belangrijk, je strijkt daarmee al die onderhuidse onderlinge issues weg uit te aandacht.
Je hoort de zinnetjes tevoorschijn komen in de ellenlange vergaderingen. Ze worden als gemeenplaatsen uit de kast gehaald wanneer er onhelderheid is en dan lijkt het alsof iedereen het opeens met elkaar eens is maar in feite blijft de onhelderheid gewoon even onhelder. Je hoort het in de uitspraken van mensen die leunen in de energie van anderen, in de taal van mensen die heimelijk de gezamenlijke koers willen bepalen zonder dat openlijk te erkennen, in de woordkeuze van mensen die dingen buiten zichzelf neerleggen, enzovoort. Via de besluitvorming, beschermen mensen hun plek in de relaties. Het staat wezenlijke verbinding in de weg. En dat kabbelt voort zolang niemand vraagt; “wat zég je nu eigenlijk?” Het klinkt vaak uiterst normaal en onschuldig wanneer iemand beweert dat iets ‘altijd en overal zo & zo gaat’, of dat iets ‘heel normaal is’ maar dat is het natuurlijk nooit zomaar. Oude gewoontes over besluitvorming zijn de sluipmoordenaars voor de creatieve energie in een groep. Dát is in een DeelGenootschap wel anders.

Niets gladstrijken

Inmiddels gaat het met onze initiatiefneemster en dit team bijzonder goed. Er wordt niets meer gladgestreken en mensen voelen de ontspanning die komt met de toegenomen eerlijkheid. Oude gewoontes over besluitvorming en zeggenschap worden consequent uit het dagelijkse reilen en zeilen omhoog gevist en bewust gemaakt. De DeelGenoten hebben nu dan ook veel meer het gevoel in waarheid met elkaar te relateren.

Wel zijn wel een paar mensen vertrokken. Het DeelGenootschap brengt je met je aandacht bij de kreukels. Soms ook bij een breukvlak, waar je ook echt mensen kunt verliezen die niet meegaan. Het is heel belangrijk dat je niet doet alsof er een vanzelfsprekende continuïteit is. Het aangaan van een DeelGenootschap is een beproeving. Het is evenzeer belangrijk dat je niet doet alsof de ander bij jouw initiatief ‘op de proef’ is. Het is noodzakelijk dat de ander beseft dat hij op de proef is bij zichzelf. Alleen zo ontstaat een groep die meer is dan een verzameling onderhuidse redetwisters.

 

Wil je meer weten over deze nieuwste vondst in organisatieland dan kun je op 3 oktober hier terecht.

 

 

Zorgen voor onze commons

Betreft: commons, block chain, true price en het DeelGenootschap, meervoudig eigenaarschap.
Leestijd: wel eventjes:)

De commons zijn tegenwoordig steeds vaker onderwerp van gesprek. Of in ieder geval de tragedie ervan. Commons zijn bijvoorbeeld onze gronden, ons water, schone lucht, biodiversiteit, een gezond klimaat. Kortom: alles wat eigenlijk van ons allemaal is. Ook onze kennis, een innovatief idee kan je scharen onder de commons. In economische zin zijn het de inputfactoren voor de economie, het kapitaal dat nodig is om tot productie te komen. Dat zijn zowel de grondstoffen, de grond zelf als ook het geld, onze arbeid en een goed idee. En hier zorgen we slecht voor, in onze geïndustrialiseerde wereld waarin we gevangen lijken tussen de markt en de staat. De overheid heeft met haar bestemmingsplannen een instrument in handen om invloed op de toewijzing van grond te hebben, en lijkt de markt daarmee eerder in de kaart te spelen met speculanten op bestemmingsplanwijzigingen als lachende derde. Onze commons hebben het nakijken. Ja, er worden initiatieven genomen zoals bijvoorbeeld de duurzame grondbanken. Ja, we worden ons er steeds meer van bewust. Maar het spel van de vrije markt gaat ook gewoon nog door.

Hoe beschermen en beheren we onze commons? Hoe zorgen we goed voor onze Aarde zodat ze ons kan blijven voeden met gezonde producten? Er is recent een heel goed boek over geschreven; free, fair and alive! geschreven door David Bollier en Silke Helfrich. Zij praten over Commons, commoning en peer governance. Echt een must read voor mensen zoals jij en ik die voorbij markt en staat denken en als mensen met elkaar onze eigen problemen willen oplossen.

Huidige oplossingsroutes
Eén route is om alles wat van waarde is te beprijzen en in de verkoopprijs mee te nemen, zoals bijvoorbeeld true pricing en true cost calculation. Ik begrijp de zin ervan. Nu moet de samenleving de schade bekostigen in de vorm van hogere gezondheidszorg, herstel van drinkwater en bodem e.d. die door individuele producenten wordt aangericht. Hier zit de gedachte achter van de vervuiler betaalt. Geen slechte gedachte lijkt me. Moeten en kunnen we echter alles van waarde uit de natuur en uit onszelf een prijs geven? Is de stap naar een prijs toekennen en er dan vervolgens ook via de markt voor moeten betalen niet een hele kleine stap? Gaat straks ook frisse lucht, een mooi uitzicht of een boswandeling geld kosten? We zien wat er met verhandelbare CO2 rechten gebeurt. Als het geld oplevert dan gaan we pas voor de natuur zorgen, maar werkt het nu echt? Lost dat ook het plastic in oceanen op? We leren dan toch niet uit liefde voor de natuur en onszelf te zorgen? Nog afgezien van het feit dat uiteindelijk niet de vervuiler betaalt, maar de consument.

Een tweede route die ik waarneem en die steeds meer aandacht krijgt, is het gebruik maken van de blockchain-technologie bij het beheren van onze commons. Zie bijvoorbeeld het project terra A. Je kan een heel bos opnemen in een blockchain en elke boom een label meegeven met informatie over wanneer hij geoogst mag worden en onder welke voorwaarden op zo’n manier dat het bos in goede gezondheid blijft. De blockchain is dan van iedereen en de winsten uit het bos worden als een soort basisuitkering onder de gemeenschap verdeeld. Maar wat los je hier precies mee op? Misschien de zorg voor de aarde zelf maar het toewijzingsvraagstuk blijft daarmee denk ik ongemoeid. Wie bepaalt immers wie mag bepalen of het een voedselbos is, ongerepte natuur, een toeristenplek, een villawijk? Alleen verdeel je de winsten dan eerlijk al is de vraag ook daarbij wie aan wie betaalt. Met andere woorden; ook blockchain is uiteindelijk mensenwerk. De club die dit bedacht, formuleerde al de toekomstige noodzaak ook hier weer een keurmerk voor te moeten ontwikkelen, voor deugdelijk opgezette blockchains. Daar ga je al. Elk keurmerk roept immers ook weer fraude op.

Een derde route
En gelukkig zie ik ook deze route opkomen en zij wint terrein. Gelukkig. Dat is de route van het als common in eigenaarschap nemen van de commons. Als gemeenschap, vanuit de relaties. Relationeel eigenaarschap. Een term die ook in het boek veel gebezigd wordt, dat is de crux.

Als techniek uiteindelijk ook mensenwerk is, dan wil ik er graag eerst over nadenken welke relaties we onderling te verzorgen hebben vanuit ‘peer governance’ op zo’n manier dat we goed voor onze commons zorgdragen. Wat is daarvoor nodig, weten we dat? Wie zijn wij in potentie en kunnen wij dat ook in onszelf en elkaar aanspreken? Kunnen we organisatievormen vinden die ons uitdagen en ons leren om te gaan met de commons? Blockchain mag geen middel zijn omdat we het zelf niet kunnen. Hoe komt de governance van een blockchain op orde? Ik geloof erin dat we organisatievormen vinden die recht doen aan wie wij in potentie zijn, die het goede in ons aanspreken, onze liefde en het vertrouwen in elkaar. Als ik er dan over nadenk kom ik voorlopig hier op uit. Een weg voorbij de staat en voorbij de markt. Commons in handen van mensen die betrokken zijn bij een stuk Aarde en daar eigenaarschap over nemen en afspraken over maken. Het vormgeven van deze relaties, dat is voor mij de nieuwe weg. Ik zou techniek dan willen inzetten omdat we precies weten wat er nodig is qua relaties, dan kan zij van waarde worden.

Hoe dat er uit ziet? In Amerika is het concept van Community Land Trusts al ver uitgedacht en uitgevoerd. Deze CLT’s voldoen aan wat ik de vrij-gelijk-samenleving noem. Door onszelf gewild en vormgegeven, door het vormgeven van de juiste relaties. Zie voor inspiratie en waar deze projecten zich allemaal al bevinden https://centerforneweconomics.org/apply/community-land-trust-program/directory/

En hoe organiseer je deze relaties? Het DeelGenootschap als een antwoord
In dat kader vonden wij in het Veerhuis het DeelGenootschap uit als moderne organisatievorm om de commons weer in relatie te brengen en in meervoudig eigenaarschap te nemen. Bottom line van deze organisatievorm is het doorbreken van elke vorm van macht en controle van mensen over anderen. Het is een organisatievorm die liefde en vertrouwen voedt en aanspreekt in elkaar. Wij kunnen er naartoe groeien vanuit ons volwassen zelf. Het doorbreekt de macht van een werkgever over zijn werknemers en de macht van het kapitaal over mensen en natuur. Maar een dergelijke platte organisatie heeft wel structuur nodig, dat kan niet anders. Lees hier meer over het DeelGenootschap als organisatievorm.

Antoine de Saint-Exupéry “Als je een schip wil bouwen, roep dan geen mannen en vrouwen bij elkaar om hen bevelen te geven, om ze elk detail uit te leggen, om ze te vertellen waar ze alles kunnen vinden. In plaats daarvan, leer ze verlangen naar de enorme eindeloze zee.”

Zo is het ook met een DeelGenootschap. We leggen een verlangen neer naar de vrij-gelijk-samenleving, een samenleving die het goede in mensen aanspreekt en ruimte geeft. Tegelijkertijd beoefenen wij ons erin, dagelijks en met veel plezier.

Het DeelGenootschap
Het DeelGenootschap is een vorm die niet juridisch is in de huidige betekenis (bij wet) en toch legaal. Voor formele zaken zoals belasting en andere juridische punten vervult een bestaande rechtsvorm als een stichting met eenvoudige statuten haar rol als brug naar de huidige samenleving, de inhoudelijke zeggenschap en doorontwikkeling van de organisatie ligt bij het DeelGenootschap.

Een DeelGenootschap gaat over zaken doen in liefde & vertrouwen en spreekt dit voortdurend in elkaar aan. Een DeelGenootschap organiseert het eigendom van de commons (de productiemiddelen en het bedrijf zelf) ook als een common.

Kapitaal als common
In een DeelGenootschap wil je ervoor zorgen dat financiers geen oneigenlijke groeidruk leggen op het financiële rendement van de organisatie. Zij financieren vanuit hun behoefte en mogelijkheden en dragen daarmee bij aan het waarmaken van de gemeenschappelijke intentie van het DeelGenootschap. In beginsel zoeken wij naar een waarde uitruil in natura indien voorhanden (gratis verblijf in het Veerhuis e.d). Echter, als je dit doordenkt. Als kapitaalverschaffers ons als ondernemers mede mogelijk maken, hoe kunnen we dan de opbrengst van onze onderneming voor onszelf behouden en enkel delen met de financiers? Zijn de winsten van onze organisatie na aftrek van kosten, aflossen van leningen en (her)investeringen niet eigenlijk ook een common, waar iedereen in feite belang bij heeft? En waar ook de hele gemeenschap (in)direct aan heeft bijgedragen? Kapitaal dat wordt opgebouwd in de organisatie beschouwen wij ook als een common; het is immers een resultante van vereende krachten, je ouders, de infrastructuur, de natuur enzovoorts en als zodanig niet aan je eigen inspanning alleen toe te kennen. Daarom beheer je in een DeelGenootschap het kapitaal ook als een common. Hoe dat eruit ziet is voor een ander blog.

Grond als common
In het Veerhuis werken we samen met Community Land Trust en Stichting Land of Seattle, een Nederlandse verwerkelijking van de eerste. Daarin vind je een drievoudig eigenaarschapsconcept uitgedacht met drie partijen die betrokken zijn bij de grond en in relatie komen met elkaar. De ondernemer/bewoner, de direct betrokkenen in een gebied en de lange termijn stakeholders van de Aarde. In het Veerhuis werken wij aan het op gang brengen van de relatie tussen ons als ondernemers en onze direct betrokkenen die onze diensten afnemen of anderszins betrokken zijn. Van hen ontvangen wij als het ware de license to operate, deze willen wij niet zelf bepalen. Zij zijn ook de partij die de voorwaarden stelt waaronder wij als ondernemers de grond tot economisch nut mogen maken. Uiteindelijk willen we de grond op nul van de balans afhalen en vrijgeven in beheer van een derde stichting die het juridisch beheer over de grond verzorgt namens de gemeenschap van direct betrokkenen.

Nu droom ik hier nog van, onze campagne om de grond onder het Veerhuis vrij te kopen moet nog beginnen. Ik zie deze beweging echter overal om me heen opkomen. En ik ervaar de mogelijkheden als oneindig. Liefde & vertrouwen zijn in opmars en op deze stroom gaat het gedachtegoed van de commons zichtbaar worden. Het DeelGenootschap als organisatievorm helpt om onszelf op het goede pad te houden want zonder structuur kunnen wij mensen nu eenmaal (nog) niet.

Op naar de vrij-gelijk-samenleving. Doe je mee?

Meer weten over het hoe en waarom van bovenstaande? bekijk onze Leergang Samenlevingskunst

 

Veerhuis Varik
Voor een mooie Aarde
Vaar op liefde en moed

Steun de Krui-tocht

 

 

 

 

Initiatief op basis van raadpleging

Het DeelGenootschap als moderne organisatievorm, gebaseerd op vertrouwen, dat is ons antwoord op het organisatievraagstuk van deze tijd. En besluitvorming is daarin een belangrijk onderwerp.

Als het om besluitvorming gaat, werken veel vernieuwende initiatieven met de consentmethode. Je vindt deze methode binnen de sociocratie en de holocratie maar ook binnen de zogenaamde ‘gedragen besluitvorming’.

Zelf heb ik ook ervaring opgedaan met het principe van consent en met ‘gedragen besluitvorming’ en kwam daarbij tot de conclusie dat ik nog verder wilde zoeken, er moet nog iets anders mogelijk zijn, zo dacht ik. Een manier waarin vrij, gelijk en samen tegelijkertijd waar kunnen zijn. Hoe ziet dat eruit als het om besluitvorming gaat? In het boek Reinventing Organisations van Frederique Laloux vond ik de inspiratie voor initiatiefnemen op basis van raadpleging, hetgeen ik verder heb uitgewerkt binnen de context van het DeelGenootschap. We zijn er ook in het Veerhuis DeelGenootschap mee gaan werken, zeer tot ons genoegen.

Wat gaat er vaak mis in de besluitvorming?
Nog even op een rijtje wat ik vaak zie misgaan bij organisaties die experimenteren met alternatieven voor de zogenoemde democratische besluitvorming.

  • Processen duren te lang.
  • Processen zijn te veel op het collectief gericht, het samen waardoor consent toch consensus wordt. Daardoor is er te weinig ruimte voor het individuele van de betrokkenen, waardoor steeds meer mensen afhaken cq een kleine kern uiteindelijk altijd bepaalt.
  • Het persoonlijke initiatief krijgt onvoldoende ruimte. Een initiatiefnemer denkt: “Ik begin er niet meer aan, ik weet toch al waar het eindigt.”
  • Mensen gaan achteruit leunen, trekken zich terug en komen in de verwijt stand naar anderen. Eigen verantwoordelijkheid kan vaak ontdoken worden.

Wat is voor mij uitgangspunt voor een goede besluitvorming?
Ik wil graag dat we er blij van worden en dat het ons energie geeft.
Dat we als mens tot ons recht komen. Dat we ons, door onze initiatieven steeds beter tot uitdrukking brengen en onze ster leven. Dat we eigenaarschap nemen en verantwoordelijkheid nemen (zelf bepaald, vrij).
Ik wil graag dat we onszelf als onderdeel van een gemeenschap beleven, verbonden met elkaar. Dat we door ons onderdeel te voelen ons geborgen weten en veilig (samen).
Ik wil graag dat we door de manier van besluitvorming, het gevoel hebben dat we bijdragen aan iets groters. Dat we bouwen aan een gemeenschappelijke intentie (gelijk) waar we allen op onze eigen manier aan bijdragen en mee verbonden zijn. Dit geeft ons leven en ons handelen een bepaalde betekenis.

In het Veerhuis werken we nu ruim een jaar met initiatiefnemen op basis van raadpleging en ik beleef nog steeds dat zij bovenstaande criteria waarmaakt. Het maakt onze organisatie lichter, het maakt ons als individu vrijer en blijer en we raken steeds meer en beter in verbinding met elkaar en vormen die gezonde bedding voor elkaar. We zijn telkens blij verrast als we weer merken dat het werkt. Dit gun ik meer mensen, vandaar dit blog.

Initiatief nemen en eigenaarschap
In de basis draait het om de erkenning dat alles wat er gebeurt in een organisatie door mensen gebeurt. Hoe meer deze mensen in hun kracht staan en hun ster kunnen leven, hoe meer er dus gebeurt in de organisatie. Besluitvorming moet deze kracht onderstrepen. Ruimte maken voor mensen die initiatieven nemen en daar ook eigenaar van zijn. Dat betekent in concreto dat elk onderwerp een zogenaamde trekker heeft: een eigenaar die zorgt dat het onderwerp ook verder komt. Als iets geen eigenaar heeft, wachten we af tot er iemand op staat die zegt: “Oké, ik ga het doen, voor mij is dit belangrijk.”. We noemen dat ‘eigenen’. Als dit niet gebeurt, dan gebeurt het niet en is het kennelijk nog niet belangrijk genoeg. Dit geldt bij ons voor elk vraagstuk, hoezeer het ook het algemeen belang treft. Dat is geen reden om het elkaar op te dringen als niemand ervoor in beweging wil komen. Overigens, ik spreek hier uiteraard over organisaties en gemeenschappen waar geen loondienstverhoudingen zijn, maar vrije arbeidsverhoudingen binnen welke context niemand iemand anders van buitenaf tot zaken wil bewegen waarvan de interne noodzaak niet wordt gevoeld.

Vervolgens gaat zo’n trekker voor zichzelf een volgende stap in beeld brengen en daarover raadpleegt hij zijn teamgenoten. Wie je precies raadpleegt, is afhankelijk van het onderwerp en de relevantie ervan voor iedereen. Als je pennen moet bestellen dan raadpleeg je inkoop en duurzaamheid, als je een nieuw product wilt ontwikkelen dan raadpleeg je vermoedelijk meer mensen. Over deze inschatting, wie je om raad te vragen hebt, kan je uiteraard ook weer om raad vragen. Wat we ook wel zien, is dat mensen aan elkaar vragen wie er over een bepaald onderwerp graag geraadpleegd wil worden.  Zo zorg je dat iedereen zich kan uitspreken die er echt iets over weet en vindt, wat ook een vorm is van ‘eigenen’. Als de geraadpleegde persoon zich zo zeer verbonden voelt met het vraagstuk kan hij/zij ook besluiten mede-initiatiefnemer (lees: eigenaar) te zijn van het vraagstuk.

Wellicht zijn er hardere spelregels te bedenken. Dat kan elke organisatie zelf besluiten. Wij laten het voorlopig aan ons gezonde verstand over en geven onszelf daarin ook leertijd. Fouten maken mag en daarmee bouwen we aan een cultuur van elkaar aanspreken op en in verbinding blijven met elkaar. Maar vooral op het proces van eigenen, opstaan als persoon/individu en jezelf laten zien. Dat maakt ons gezond, zichtbaar en blij.

Na raadpleging verwerk je alle input, ga je bij jezelf te rade of je nog op het goede spoor zit, of je het echt nog wel wilt en welke kant de ontwikkeling op mag gaan. Je kan besluiten je plan terug te trekken of het juist te verrijken met alle input die je gekregen hebt, met zaken waar je zelf nog niet aan gedacht hebt. Iedereen heeft nu eenmaal een ander perspectief op de werkelijkheid. Als je uiteindelijk een doordacht plan hebt en je gaat ervoor staan, mag jij ook besluiten het te gaan doen. Ook als er iemand zeer tegen is. Dat klinkt spannend en is het ook. We zijn het als samenleving niet gewend.

Unieke perspectieven ruimte geven
Wij gaan er bij het proces van eigenen vanuit dat mensen iets kunnen verbeelden, in de toekomst kunnen zien gebeuren – en waarbij ze dus ook hun eigen energie en kracht kunnen inschatten – over iets wat anderen zich simpelweg helemaal niet kunnen voorstellen. Als je het je niet kunt voorstellen dan kun je iets ook niet waarmaken. Als je het dan toch zelf zou moeten gaan doen, dan geeft dat angst en wantrouwen. Terecht, want je gelooft er niet in als je het je niet kunt voorstellen. Omgekeerd worden zo veel mooie initiatieven in de kiem gesmoord, inclusief de dragers van deze initiatieven. Om dat anderen zich niet kunnen voorstellen dat de initiatiefnemers wel het voorstellingsvermogen hebben. Want vaak kan je het plan pas echt in zijn essentie zien als het is gerealiseerd. Daarvoor had je zelf immers nog geen voorstelling bij. Door de initiatiefnemer het eigenaarschap en het besluit toe te kennen, maak je ruimte voor passie en innerlijke kracht en verbeelding. Zaken waar anderen dus soms niet toe in staat zijn om het waar te nemen. Het mag zich gaan manifesteren, en het mag ook fout gaan en de ander een leerervaring bezorgen. Zo komt iedereen in zijn kracht, doet wat voor hem/haar echt belangrijk is. Door de raadpleging zorg je er echter wel voor dat je geen dingen gaat doen, waarvan je vooraf zou kunnen weten dat je jezelf daarmee overschat of te weinig beschermt, of je juist te kwetsbaar maakt. Mensen hebben immers dergelijke neigingen. Een goede raad is in die zin op een kritische manier steunend. Een goede raadgever komt naast je staan en wil niet dat jij koerst op een faal-ervaring.

De wereld verandert alleen maar als mensen op kunnen staan en zich daarin gedragen weten, de ruimte krijgen én veiligheid ervaren. Initiatiefnemen op basis van raadpleging is een manier om daar optimaal ruimte voor te maken.

In verbinding blijven
Als je elkaar zoveel ruimte geeft om initiatieven te mogen nemen, dan vraagt dat veel vertrouwen. Vertrouwen moet je niet blind hebben, die ontstaat in de relatie. Vandaar dat wij in het Veerhuis veel aandacht besteden aan de verbinding met elkaar, onze gemeenschappelijke intentie, de bron. We organiseren brondagen met als doel om van hart tot hart te verbinden met elkaar. Tijdens deze dagen kan je weer beleven hoe sterk je allemaal verbonden bent met de bron van de organisatie. Van daaruit is het veilig om een initiatief van de ander te dragen, ook al gaat het tegen jouw eigen inzicht in of buiten jouw voorstellingsvermogen om.

Het draait hier om een goed begrip van wat bonding is: verbinding met behoud van ieders zelfstandigheid. Pas als je momenten creëert waarop je elkaar allemaal ontmoet in waarheid en kunt zien hoe je allemaal aan hetzelfde werkt, kan je ook in het vertrouwen gaan staan om elkaar zoveel vrije ruimte te geven.

Dan gaat het mij lukken om te besluiten: “Oké, ik zie helemaal niet wat jij ziet maar ik weet dat jij met mij en het geheel verbonden bent en dat jij niet iets zou doen dat ons gemeenschappelijke werk in gevaar brengt maar alleen iets wil doen dat het zal verrijken.” En dat kan ik zien en voelen en dragen. Jij zult iets zien dat ik niet zie, ik vertrouw op de waarheid van de intenties. Dat is spannend en radicaal maar in de praktijk maakt het ons oh zo blij. Gaan we steeds meer in onze kracht staan, nemen onze eigen verantwoordelijkheid, kunnen we niet klagen dat anderen iets niet doen, want ik kan er zelf iets aan doen. Staan we allemaal steeds meer op in onze eigenheid om vandaar uit aan het grotere geheel bij te dragen. En dat is een heerlijk gevoel. Dat wens ik iedereen toe.

Meer weten over ons cursusaanbod in de School van het Veerhuis, kennis- en doe-huis voor een nieuwe economie of over de DeelGenootschap training, lees hier.

EERSTE HULP BIJ INITIATIEFNEMEN (II)

Ik offer alles voor mijn ideaal op en vraag dit ook van anderen

Je start een initiatief. Je weet wat de behoefte is waar je in wilt voorzien, je weet dat jij er iets aan kunt doen en je gaat ervoor. Je ziet het zo helder voor je dat je vergeet dat anderen dat wellicht niet zo zien. Of nog niet zo zien. Het vraagt tijd om je initiatief te laten landen bij meer mensen. Om het zo goed te kunnen verwoorden en in de vorm te zetten dat anderen ook daadwerkelijk kunnen zien wat je bedoelt, waar je heen wilt. En zich ermee kunnen verbinden. Dat alles gaat niet van het ene op het andere moment.

In eerste instantie zullen mensen jou willen helpen. Die mensen zijn bereid hun energie en wellicht ook wat startkapitaal te geven om jou verder te brengen. Vaak omdat ze vooral in jou geloven, omdat ze je drive voelen voor hetgeen je wilt neerzetten. Dat is fijn en ik raad uit ervaring aan deze hulp ook te ontvangen. Maar uiteindelijk wil je daaraan voorbij groeien. Zoek je mensen die zich met het ideaal verbinden en daar net zo mee verbonden zijn als jijzelf. Maak jezelf los van het ideaal. Alleen als dat gebeurd, wordt het project groter dan jijzelf. In het vorige blog schreef ik al over het proces van voldoende bij je houden en het idee zoveel mogelijk meegeven van wat jij daarin ziet om het vervolgens ook te kunnen delen, het idee dat eerst bij jou is in het midden leggen zodat mensen daarop aan kunnen sluiten in plaats van op jou.

Dat is een heel proces van verbinden en als initiatiefnemer mag je daar ook kritisch en beschermend in zijn. Jij bewaakt immers het heilige vuur.

Zelfopoffering
In dit blog wil ik het aspect uitlichten wat het van je vraagt om de waarde uitruil goed voor elkaar te krijgen. Als initiatiefnemer heb je vanuit je enthousiasme voor het idee en de overtuiging dat toch iedereen dat wil, vaak onvoldoende oog voor wat de ander werkelijk wil. Past dit idee op dit moment in de tijd ook werkelijk bij deze persoon om er zich aan te verbinden of laat zij zich verblinden door jouw passie? Hoe zuiver is de totstandkoming van de verbinding? Welke motieven spelen mee om mee te gaan werken aan jouw project? Wat is de onbewuste verwachting over de waarde-uitruil die altijd plaatsvindt? Vanuit je gedrevenheid en passie kan het lastig zijn een eerlijk gesprek te voeren over deze daadwerkelijke waarde uitruil. Ik weet in ieder geval uit eigen ervaring hoe moeilijk ik het vond om de realiteit echt te erkennen. Om werkelijk ruimte te maken voor iemand anders zijn/haar NEE. Omdat je de hulp ook zo nodig hebt. Omdat je zo in je idee gelooft en je niet kan voorstellen dat anderen dit niet ook doen. Linksom of rechtsom, als mensen maar gaan helpen. Zo kan je gemakkelijk gaan denken. Het werkt zo dus niet.

De claim op de ander
Ik ervaar het als cruciaal dat je in een sfeer blijft van respect voor de ander en diens verlangen en mogelijkheden, diens eigen vrije keuzeruimte. Hoe makkelijk leggen wij initiatiefnemers een claim op de tijd en hulpbereidheid van anderen ten behoeve van het grotere goed? Vanaf het begin raad ik aan om de relatie zo zuiver mogelijk op te bouwen. Dat je voor iedereen duidelijk maakt wat er te halen is en wat er te brengen is. In termen van geld en tijd of anderszins. Probeer daarin zo expliciet mogelijk te zijn, schep geen valse verwachtingen. Maak het niet mooier dan het is. Zo verbinden mensen zich vanuit inzicht en eigen verantwoordelijkheid en voorkom je het binnensluipen van oneigenlijke motieven die de relatie al snel kunnen vertroebelen.

Oneigenlijke motieven van verbinding
Een oneigenlijk motief om te verbinden kan bijvoorbeeld zijn: als ik mee ga werken krijg ik aandacht, status, een bepaalde macht in die sector, zeggenschap. Of als ik met hem mee ga doen, dan hoor ik erbij en zullen ze me leuk gaan vinden. Ja, zo simpel kan het zijn. Als deze uitruil dan niet tot stand komt doordat het project bijvoorbeeld niet snel genoeg succesvol wordt, dan zal dat gevolgen hebben. Mensen kunnen bijvoorbeeld al snel weer weggaan met inbegrip van alle verloren energie die je in de verbinding gestoken hebt. Dat frustreert en put je uit. Of ze zullen de organisatie alsnog tot een succes willen brengen op een manier die niet past bij de identiteit van de organisatie. Hiertegen zal je dan ook gegarandeerd in opstand komen. Eigenlijk wil je dit soort verbindingen voorkomen. Let wel, oneigenlijke argumenten spelen natuurlijk altijd een rol, we zijn allemaal mensen. Drijfveren. Onbewuste motieven. Spelen altijd mee. Wat ik zeg is dit: besteed er aandacht aan in de relatie. Maak helder wat de echte motieven zijn en wat er af en toe omhoog piept aan bij-motieven, drijfveren, onbewuste motieven. Dat is okay, als het hoofdmotief tot verbinden maar klopt. Beter benoemen en er dan ook op aangesproken mogen/kunnen worden dan dat het onbewust de basis van de verbinding is en dus ook van het handelen.

Vertrouwen als basis
Het gaat er dus wat mij betreft om dat je – terwijl je in de doe-energie van het bouwen zit – tegelijkertijd de flexibiliteit en de interesse in de ander behoudt om je werkelijk te verplaatsen in de ander. Om met elkaar te onderzoeken of jouw project werkelijk past bij de (hogere) intentie van de ander. De vraag is dan: hoe kan je de ander vrij laten in zijn verbinding? Hoe kan je de ander helpen echt tot een vrije keuze te komen?
Bottom line is denk ik altijd weer vertrouwen. Vertrouwen in de kracht van jouw idee. Vertrouwen in jezelf, dat jij – als jouw idee werkelijk gewild wordt en goed is voor allen – de steun zal krijgen die het nodig heeft en de mensen die het met jou zullen bouwen. Dat er krachten gaan meewerken als jouw intenties zuiver zijn en niet primair voortkomend uit onze ego behoeftes zoals status, macht of geld. Als jij vanuit liefde voor de zaak handelt, mag je erop vertrouwen dat mensen jouw idee weten te vinden en aan gaan haken. Dan kan je je losmaken van het afhankelijke gevoel van die ene persoon en vertrouw je erop dat je geholpen wordt. Echt in je eigen idee gaan staan geeft aan de ene kant de kracht aan jezelf en je idee en aan de andere kant ontstaat er een vrije ruimte voor mensen om daar al dan niet op aan te haken.

Succes met wat jij aan het neerzetten bent, dan groei je zelf en gaat de wereld met je mee doen

Op vrijdag 25 januari organiseer ik een lezing over de cursus voor initiatiefnemers.
Als je interesse hebt, voel je welkom.

Eerste blog gemist? lees deze hier terug.

 

Hoe bouw je een nieuwe samenleving? Zeven ideeën uit de praktijk

Je zoek naar iets nieuws want zoals het nu gaat in de maatschappij kan het niet langer. Eigenlijk wil je alles in de maatschappij wel veranderen. Maar ja. Waar te beginnen? In en rondom het Veerhuis zijn we al begonnen met nieuwe initiatieven gericht op de nieuwe samenleving. Ik heb er zeven voor je op een rijtje gezet. Het goede nieuws? Je kunt direct meedoen!

1. Wordt een levenskunstenaar.

Je wil niet een standaard beroep kiezen, maar je eigen talent als startpunt nemen. Wil je misschien wel levenskunstenaar worden. Hoe je dat doet? Elk jaar start een nieuw academie jaar waar je dit kunt leren. Ontdekken wie je werkelijk bent en hoe je daarmee dan in het leven staat. Hoe je daarmee een eigen bedrijf opzet of je meest fantastische baan vindt.

2. Vormgeven aan het basisinkomen

In het Veerhuis woonde Pieter Kooistra die oprichter en bedenker van de kunstuitleen was. De laatste twintig jaar van zijn leven werkte hij aan een plan voor een nieuwe economie. Een wereldbasisinkomen in een nieuwe economie. Hij vond dat alleen basisinkomen niet voldoende was en geeft in zijn boeken een compleet nieuw beeld van hoe het er dan uit zou kunnen zien.

3. UNO-box, het bedrijfsplan voor de nieuwe economie

In het Veerhuis is het eerste 3D ondernemingsplan ter wereld ontstaan, de UNO-box. Met dit ondernemingsplan kun je met je ‘hart en hard’ een duurzaam fundament onder je organisatie leggen. Al meer dan 20 jaar geleden is het ontwikkeld en nu vindt het zijn weg naar buiten.

Voorbeeld: Voor het eerst in 2015 zijn we met een doos, de UNO-box genaamd, naar de Triodos gegaan voor een lening. En dat is gelukt. Inmiddels begint er vraag te ontstaan over hoe dat dan werkt. Het principe is eenvoudig. De UNO-box is een klein kunstwerk dat uitnodigt om binnen en buitenkant integraal in de planvorming uit te werken.  

4. Duurzame lokale economie met het Village Trade Center

De wereld heeft al een World Trade Center (WTC) met bijbehorende flitskapitaal. Met de internationale handel zit het daarmee wel “goed”. Maar hoe is het met de handel in het dorp. Vanuit het Veerhuis zijn we daarom gestart met het Village Trade Center (VTC) waarin het geld lokaal blijft. Producten uit het dorp en/of regio verkopen vanuit het Veerhuis waar met name in de zomer duizenden gasten langs komen.

Voorbeeld: De Betuwse Fruitmotor is ontstaan in het Veerhuis en hebben de start gevierd in het Veerhuis en nu verkopen zij volop de Krenkelaar Appelcider en Appelsprankel. Je zou kunnen zeggen de Betuwse champagne.

5. Deel, ruil en koopboeken

Er zijn al dozen vol boeken binnen gebracht om weg te geven. Dit terwijl de boekenstelling nog gebouwd moet worden en we nog een stukje financiering zoeken. Ja zo hard kan het gaan. In de winter willen we, als het wat rustiger is, een paar leuke leeshoekjes creëren om boeken te bekijken, te delen, te ruilen of te kopen. Kom gezellig langs.

6. Het DeelGenootschap als nieuwe organisatievorm

De afgelopen herfst is in samenwerking met de Damaris Matthijsen de nieuwste organisatievorm ontwikkeld, genaamd het DeelGenootschap. Dit is best revolutionair te noemen. Het is een vorm die helemaal past bij de nieuwe tijd en geen bestuur in de traditionele zin meer heeft. Het is een niet juridische vorm die toch ook wel aan de wettelijke eisen voldoet. Gaat dat wel werken? Hier wel. Nu andere organisaties deze vorm ook adopteren verzamelen we een rijke ervaring. Natuurlijk delen we die nieuwe ervaringen met je.

7. Een nieuwe samenleving start met een goed gesprek

Je loopt binnen in het Veerhuis en je denkt: Wat is dit voor een plek? Geen horeca, geen cafe, geen Bed & Breakfast, geen winkel en tegelijk is er alles ook weer wel. We hebben het de “Aanlegplaets” genoemd. Aanleggen voor een goed gesprek, de gezelligheid, het thuissfeer gevoel, Genieten van een kopje koffie of misschien ga je wel deelnemen aan één van de bijzondere workshops.

Tot slot

Met het Veerhuis willen we een broedplaets zijn voor de nieuwe samenleving. Een community waar je concreet aan kunt meewerken met als uitdagende gedacht: Het Veerhuis; voor een nieuwe economie wereldwijd.

Jouw bijdrage aan een nieuwe economie

Heb je ook het gevoel dat iets in de economie niet klopt? Dat je denkt, het is te moeilijk voor mij? En al begreep ik het, ik kan er toch niets aan doen? Laat je niet gek maken. Vertrouw op je eigen gevoel en intuïtie. Want de zogenoemde deskundigen weten het ook niet. Wisten ze het wel, dan zag de wereld er anders uit. Ik zeg je, iedereen kan de economie begrijpen. En er ook wat aan doen. Hoe?

wat eet ik eigenlijk?

Als student Tropische Cultuurtechniek in Wageningen begreep ik niets van wat de hooggeleerde economen voor de collegezaal zeiden. Hoewel ik daardoor behoorlijk ging twijfelen aan mijn eigen gezonde verstand en gevoel, liet ik me toch niet helemaal gek maken door hun moeilijke taal en abstracte ideeën. Terwijl ik in de collegezaal begrippen probeerde te vatten als prijselasticiteitvarkenscyclus en hyperinflatie, onderzocht ik thuis de oorsprong van de spullen die ik had, de kleren die ik droeg en het voedsel dat ik at. Want economie gaat over goederen die voorzien in mijn materiële behoeften. Toch?

Later ontwikkelde ik de zogenoemde ontbijt-oefening, een mooie ingang voor iedereen om een concrete voorstelling te vormen van wat economie eigenlijk is.

Als student ontbeet ik de ene keer muesli met wat fruit en melk of yoghurt, de andere keer boterhammen met kaas, jam en hagelslag, een glas sinaasappelsap en een kop koffie. En op zondag croissants, een gekookt eitje en cappuccino.

Wat ik ook at, eerst onderscheidde ik de ingrediënten. Nee niet abstract in de vorm van koolhydraten, vetten en eiwitten, maar concreet: verschillende soorten graan, zuivel, fruit, suiker, chocola en koffie.

in welke landschappen wordt het eten geproduceerd?

Vervolgens stelde ik me zo beeldend mogelijk de landschappen voor waarin deze ingrediënten werden geproduceerd. Wuivende graanvelden in Nederland, de Oekraïne of de Verenigde Staten van Amerika. Kuddes zwart- of rood-bonte koeien in stallen en weide-landschappen in Nederland, die behalve sappig groen gras krachtvoer kregen met onder andere soja uit Brazilië, maïs uit Nederland en melasse, een bijproduct van suiker. Dat laatste deed me dan weer denken aan de walmende suikerfabrieken in Roosendaal, Breda of Stampersgat. Verder zag ik fruitbomen in bloesem op de Betuwe, bananenplantages in de zinderende zon in Nicaragua en kassen vol aardbeien in de woestijn van Israël of Egypte. Ook stelde ik me cacaobomen voor op de Ivoorkust of Ghana, Papoea-Nieuw-Guinea, Ecuador of de Dominicaanse Republiek. En tenslotte zag ik de koffieplanten in Vietnam, Ethiopië of Guatemala.

welke mensen dragen concreet bij aan mijn ontbijt?

Tenslotte stelde ik me zo beeldend mogelijk voor alle mensen die in die landschappen voor mij werkten. In de jaren tachtig waren er nauwelijks computers laat staan internet. Ik moest dus mijn fantasie gebruiken. Verder kon je me vaak in de bibliotheek vinden zowel de universiteits- als de openbare. Het liefst bladerde ik in “Wist je dat….”-boeken voor kinderen met veel plaatjes. Die gaven een goed beeld, weliswaar romantisch, van landschappen waarin cacaobomen groeiden, handen die cacaobonen plukten en de verwerking van cacaoboon tot chocoladereep.

Ik zocht naar foto’s van de hoofden van de vrouwen die de manden vol koffiebonen droegen en de buiken in vieze hemden van vrachtwagenchauffeurs die bananen in oude trucks naar de havens reden. Ik las een verhaal over het uniform van de kapitein van het schip dat de soja van Zuid-Amerika naar Europa voer, inclusief de hand van het kind in Bangladesh dat de glimmende knopen op de pet van de kapitein naaide.

iedereen maakt deel uit van één wereldwijde economie

Behalve mijn ontbijt, onderzocht ik zo ook de oorsprong van mijn kleren en verder van alle spullen die ik had. Totdat ik maar naar een product hoefde te kijken om alle handen in al die landschappen te zien waarin het tot stand kwam. En ik voor mijn innerlijk oog de wielen zag draaien van de verschillende vrachtwagens over de eindeloze wegen, die de grondstoffen, halfproducten en eindproducten transporteerden. Om nog maar niet te praten over de mannen met helmen op die op grote machines die wegen aanlegden of die op hun knieën stenen legden. Ook zag ik de olieraffinaderijen roken waar de brandstoffen werden geraffineerd die al die voertuigen voortdreven.

En ik begreep dat alle mensen in de hele wereld ervoor zorgen dat ik in mijn levensbehoeften wordt voorzien. Want alles wat ik eet, alles waarin ik mij kleed, alles wat ik heb, maken anderen voor mij. Ik maak deel uit van één wereldwijde economie.

Die gedachte vervulde mij met dankbaarheid, want ik word gedragen door alle mensen op deze ene hele aarde.

Tegelijkertijd voelde ik boosheid en verdriet. Omdat wij mensen, deel uitmakend van één wereldwijde economie, tot nu toe niet in staat zijn om de economie zo te organiseren dat iedereen in zijn/haar levensonderhoud wordt voorzien.

de wanhoop van de docenten

Tijdens de colleges dreef ik de docenten tot wanhoop met mijn vragen. Waarom wordt een steeds kleiner deel van de mensheid steeds rijker en een steeds groter deel steeds armer? Waarom kunnen wij mensen met alle communicatiemiddelen die wij tot onze beschikking hebben, de gezamenlijk geproduceerde koek niet gewoon eerlijk onder elkaar verdelen? Van wie was überhaupt het onzinnige idee dat het algemene welzijn het best gebaat zou zijn bij een onderlinge concurrentiestrijd om zoveel mogelijk bezit?

De docenten en ik leefden in verschillende werelden, zij in hun abstracte ideeën en ik in de beelden van de mensen die werkten in de landschappen waar alles wat ik had, droeg en at werden geproduceerd. Wilde ik begrippen als prijselasticiteit, varkenscyclus en hyperinflatie nog wel begrijpen?

Nee, ik wilde een concrete bijdrage leveren aan een aarde- en menswaardige economie, ik zocht naar een punt waar ik aan kon zetten. Zonder het me te realiseren, was ik al begonnen met het omvormen van de economie. Simpel, door mijn voorstellingsvermogen te gebruiken. En m’n gezonde gevoel.

Ook leren hoe je je weg kunt vinden in de nieuwe economie?

Inmiddels vormt dit ervaringsgerichte waarnemen, denken en voelen de grondslag voor de Leergang Samenlevingskunst. En ook van de cursus van Vóór Christus tot ná Crowdfunding, over je relatie met geld. Want ik geloof dat mensen, alle mensen, op grond van doorleefde en doorvoelde voorstellingen van wat economie eigenlijk is, creatief worden en moed vinden om hun specifieke bijdragen te leveren aan de nieuwe economie en samenleving. Niet door moeite te doen om abstracte theorieën van politici en wetenschappers te begrijpen, maar door hun fantasie en voorstellingsvermogen te gebruiken om concrete ideeën te ontwikkelen van wat zij in concrete situaties kunnen doen. En als je dan ook nog eens deel uitmaakt van een werkplaats van mensen die elkaar helpen om deze ideeën sociaal vernieuwend te realiseren, dan draag je echt bij aan het menselijker worden van die ene wereldwijde economie.

Of wat denk jij?

Hoe Gina van den Berg erachter kwam wie zij werkelijk was als mens

Gina van den Berg (41), is professional sociale activering bij een welzijnsorganisatie: “De leergang brengt mij bewuste, doorleefde inzichten over wie ik nu werkelijk ben als mens. Om van daaruit keuzes te maken vanuit mijn hart en zo een bijdrage te leveren aan een betere samenleving. Het mooie is dat je altijd kunt instappen omdat de opleiding aansluit bij jou, vanuit wie je op dat moment bent.” Gina deed de leergang samenlevingskunst.

Ik leer om de buitenwereld zuiver en liefdevol te toetsen

Gina van den Berg SamenlevingskunstGina: “Ik leer om datgene wat ik ervaar en waarneem in de buitenwereld op een zuivere en liefdevolle manier te toetsen bij mezelf. Als mens ben je geneigd om van alles in te vullen, er een kleur aan te geven of overal een mening over te hebben. Maar door objectief te leren waarnemen, met een open mind, ga ik zien wat er in situaties echt speelt, en komt in contacten de echte mens naar voren in plaats van de rol die iemand vervult.

Ik ga dan ook de onderliggende behoeften zien. En het geeft rust als ik niet de hele tijd ergens wat van vind! Ik ga meer zien wat er wel en niet klopt. Intuïtie en ingevingen komen ook meer naar voren.”

In open sfeer vraagstukken onderzoeken en bespreken

Gina: “Dat we in een hele open sfeer met elkaar vraagstukken onderzoeken en bespreken. En dat we, om dat goed te kunnen doen, eerst de reis naar binnen maken om echt doorleefde antwoorden en inzichten te krijgen.

Deze leergang is interactief en er is alle ruimte voor jezelf en de ander om ervaringen te delen met elkaar.

We krijgen zo veel informatie binnen op een dag door wat we zien, horen en ervaren. Televisie, social media, internet, kranten, boeken… De informatie is eindeloos. Voor je weet hebben je gedachten er al een oordeel over of komt de manier van hoe informatie of nieuws wordt gebracht heel erg binnen. Dat roept weer bepaalde emoties op of je kunt het idee hebben dat je meteen iets moet met hetgeen je net gehoord of gezien hebt.

Het mooie van deze leergang samenlevingskunst vind ik dat je leert objectief waar te nemen. Eigenlijk doe je dan even een stapje terug of je staat stil bij wat er net bij je binnen kwam. Als je dan echt gaat waarnemen wat je zag of hoorde, dan kan de uitkomst wel eens heel anders zijn dan hoe de informatie in eerste instantie bij je binnenkwam! Het kan maar zo zijn dat er geen oordeel (meer) is, dat emoties niet meteen zo heftig ontstaan maar dat je vanuit het objectief waarnemen tot andere, soms nieuwe heldere inzichten komt. Vandaar dat de reis naar binnen, bij jezelf zo belangrijk is. Het eerst jezelf goed leren kennen, wie ben je, wat wil je, hoe sta je in de samenleving, hoe ga je met bepaalde situaties om etc.”

Hoe kan ieder mens waardig zijn/haar unieke talent laten zien?

Gina: “Vooral de vraag hoe ieder mens op een waardige manier zijn of haar unieke talenten tot uiting kan brengen in de samenleving, waarbij de druk vanuit het systeem nauwelijks tot geen rol meer speelt. Deze vraag speelt vaak ook in het werk dat ik doe. Ik kom daar mensen tegen die in een moeilijke positie zitten en met veel regels te maken krijgen wat doorgaans belemmerend werkt op wat men nu werkelijk wil en kan.

Hoe kunnen we een menswaardige, mooiere samenleving creëren waarin ieder mens de ruimte en de mogelijkheden krijgt zijn of haar talent tot uiting te brengen, vanuit liefde voor zichzelf en de wereld om hem heen.”

Raad je deze leergang aan?

Gina: “Zeker! het is een plek waar ik nieuwe inzichten, samenwerking, inspiratie en verbinding vind, waar ik op onderzoek kan gaan. Je werkt met elkaar vanuit het vrij, gelijk, samen principe: deze vormen de leidraad tijdens de academie dagen.”