Een vruchtbare oplossing voor de kloof tussen arm en rijk

Vruchtbare oplossingen voor de kloof tussen arm en rijk

Toen ik zestien was, werd ik me bewust van de schrijnende kloof tussen arm en rijk. Hoe kun je die ongelijkheden oplossen? Wat kun je nu echt doen om de armoede in de wereld structureel aan te pakken. In dit blog vertel ik je mijn persoonlijke verhaal inclusief een vruchtbare oplossing.

het arme meisje en de rijke jongeling

Toen ik zestien was, werd ik me bewust van de schrijnende kloof tussen arm en rijk. Dat was tijdens een reis door India met mijn ouders en de zakenpartners van mijn vader en hun aanhang. Het precieze moment waarop ik ontwaakte voor die tegenstelling was toen ik volgegeten en -gedronken een chique restaurant verliet. In dat restaurant had iedereen een persoonlijke ober, die achter je stoel stond en voortdurend je bord weer vol schepte en je glazen weer vol schonk. Het lukte me niet om mijn bord netjes leeg te eten en mijn glazen netjes leeg te drinken.

Weer buiten vroeg een klein meisje, vies gezichtje, kapot jurkje, mij om geld. Want ze had zo’n honger gebaarde ze in internationale gebarentaal. Ik schudde mijn hoofd, want geld had ik niet op zak. Mijn vader droeg de portemonnee. Zij viel op haar knieën met angstige ogen, boog, kuste m’n voeten en keek weer naar me op, haar ene hand wrijvend over haar buik, haar andere hand naar geld vragend omhoog naar mij.

Weer schudde ik m’n hoofd. Op dat moment stopte één van de twee taxi’s waarin het hele gezelschap intussen had plaats genomen vlak achter me, deur open, ik werd naar binnen getrokken, deur dicht, de taxi reed door. Door de achterruit zag ik nog net hoe het meisje door een even vies, maar iets ouder jongetje met de vlakke hand in haar gezicht werd geslagen, links rechts links rechts.

De kloof tussen arm en rijk groeit. Dat meldt Oxfam Novib in een rapport over rijkdom en armoede. Het rapport wijst naar het huidige economische systeem. Hierin zouden grote bedrijven en miljardairs profiteren van arbeid tegen lage lonen. De armste helft van de wereld is volgens de ngo in 2017 niet vooruitgegaan qua vermogen. Tegelijkertijd ging 82% van al het verdiende geld naar 1% van de wereldpopulatie.

Eerst de kloof tussen arm en rijk begrijpen

Deze gebeurtenis bepaalde in zekere zin sindsdien al mijn denken en handelen. Hoe moest ik de kloof tussen dit bedelende meisje en de rijke jongeling begrijpen? En: wat kon ik als westerse welopgevoede witte jongeman doen? Ik hoopte tijdens mijn studie Tropische cultuurtechniek aan de landbouwuniversiteit van Wageningen antwoorden te vinden op deze twee vragen.

Tijdens de buluitreiking weer zeven jaar later, vele illusies armer en evenzovele inzichten rijker, wist ik de antwoorden wel, niet dankzij, maar ondanks de universiteit. Met het ontvangen van mijn titel als irrigatie ingenieur namelijk voelde ik dat ik voortaan een rol moest vervullen in een spel dat de vrije markteconomie heet.

Terwijl ik intussen begreep dat de groeiende kloof tussen arm en rijk in de wereld juist in stand wordt gehouden door de idee van de vrije markt. Voor de miljoenen bedelende kinderen in het algemeen en dit ene bedelende meisje in het bijzonder ruste ik niet voordat ik de diepste oorzaken van de afgrond tussen hen en mij doorleefde.

één wereldeconomie

Om de groeiende kloof tussen arm en rijk in de wereld te begrijpen, moest ik in de eerste plaats inzien dat alle mensen wereldwijd deel uitmaken van één economie. Dat leerde ik niet op de universiteit. Daar kreeg ik überhaupt geen helder begrip van wat economie nu eigenlijk is. Door me te verdiepen in de herkomst van het eten dat ik at en de kleding die ik droeg, ontwikkelde ik een mijns inziens zuiver begrip van economie. Economie is het produceren, distribueren en consumeren van economische waarden die voorzien in de materiële behoeften van de mens.

Economie heeft mijns inziens niets met geld verdienen ‘an sich’ te maken. Je kunt namelijk ook geld verdienen door op de hoek van de straat een lied te zingen en na afloop met de pet rond te gaan. Dan verdien je wel geld, maar voorzie je niet in een materiële behoefte. Je creëert dus geen economische waarde, maar, zeg maar, culturele waarden die voorziet in een immateriële behoefte.

Je kunt ook geld verdienen door te speculeren op de aandelen- en/of grondmarkt. Dan verdien je wel geld, maar je levert niet eens een prestatie die in een behoefte voorziet, materieel noch immaterieel. Sterker nog, tegenwoordig verdienen heel veel mensen, heel veel geld zonder enige waarden te creëren überhaupt, pure diefstal.

wat is economie?

Het voorzien in immateriële behoeften is wat mij betreft geen economie. En het speculeren met geld is wat mij betreft al helemaal geen economie, maar gewoon diefstal dus. Wat is in mijn ogen dan wel economie? Het produceren, distribueren en consumeren van economische waarden die voorzien in materiële behoeften.

Bovendien zijn sinds een jaartje of 150 alle mensen wereldwijd met elkaar verbonden via het scheppen, verdelen en weer vernietigen van goederen. Ook dat leerde ik niet op de universiteit. Daar doen ze net alsof er verschillende economieën zijn die met elkaar moeten concurreren. Ja, er zijn verschillende huishoudens, bedrijven, organisaties, landen enzovoorts die met elkaar concurreren, tegelijkertijd maken die huishoudens, bedrijven, organisaties, landen enzovoorts allemaal deel uit van die ene wereldwijde economie.

De prijs die ik hier betaal voor de goederen die ik hier consumeer is van invloed op de inkomens van mensen elders in de wereld die die goederen produceren en distribueren. Vraag je maar eens af hoeveel mensen een bijdrage leveren aan de producten die te koop worden aangeboden in een gemiddelde supermarkt in Nederland.

Dan kom je al gauw tot enkele miljarden medemensen, waarvan jij slechts het laatste schakeltje bent in horizontale en verticale productie- en distributieketens, namelijk de koper van het eindproduct dat zeer binnenkort door jou zal worden geconsumeerd (lees: zal worden vernietigd).

de handel in kapitaal, arbeid en grond

Om de groeiende kloof tussen rijkdom en armoede in de wereld te begrijpen, moest ik me ook realiseren dat we niet alleen handelen in goederen en diensten die voorzien in onze materiële behoeften, maar ook in de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond(stoffen), die we inzetten om economische waarden te produceren.

Zodoende ondergaan de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond hetzelfde lot als de consumptiegoederen waarin wordt gehandeld, namelijk ze worden verbruikt en vernietigd. Terwijl in zekere zin de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond common goods zijn, ze zijn van alle mensen. Toch? Of van niemand.

Op basis van deze twee inzichten – alle mensen maken deel uit van één wereldwijde economie en we handelen niet alleen in consumptiegoederen, maar ook in productiemiddelen – is makkelijk te begrijpen waarom steeds minder mensen steeds rijker worden en steeds meer mensen steeds armer.

We maken van die ene wereldwijde economie namelijk een zogenoemde vrije markteconomie. (Dat hoeft namelijk niet hè. We zouden van die ene wereldwijde economie ook een deeleconomie kunnen maken. Of een betekeniseconomie. Of een overlegeconomie. Of een associatieve economie. Of hoe benoemen we een economie waarin in goed onderling overleg productie op consumptie wordt afgestemd?)

de idee van de vrije markteconomie

De idee van de vrije markteconomie is te vergelijken met de idee van een voetbalcompetitie. In de Eredivisie van de Nederlandse voetbalcompetitie spelen ruim vierhonderd beroepsvoetballers verdeeld over 18 clubs twee keer per seizoen tegen elkaar, één keer uit en één keer thuis. Als je wint krijg je drie, als je gelijkspeelt één en als je verliest geen punten. De club met de meeste punten wordt kampioen, de club met de minste degradeert, alle overige clubs eindigen ergens tussen de eerste en laatste plaats in.

Natuurlijk is voetbal gewoon maar een spelletje ter vermaak van de spelers zelf en de toeschouwers die ernaar kijken. En het zou ook een heel onschuldig spelletje blijven als er niet zoveel geld in omging, als de winnaars niet ook nog eens extra geld kregen en de verliezers minder. Met het gewonnen geld kunnen de winnaars de betere spelers naar zich toe trekken en de kans dat ze een volgend seizoen weer kampioen worden, neemt toe, inclusief de extra inkomsten die dat oplevert.

Zoals de voetbalcompetitie een strijd van 18 clubs om het kampioenschap is, zo hebben we van die ene wereldwijde economie een competitie gemaakt waarin alle mensen tegen alle mensen strijden om niet alleen goederen, maar ook om grondstoffen, arbeiders en kapitaal. En het spreekt voor zich dat deze wereldwijde concurrentiestrijd behalve enkele winnaars, vooral heel veel verliezers kent.

De winnaars, een steeds kleiner wordende elite, eigenen zich steeds meer products, planet, people en profit toe en kunnen meer en meer bepalen welke technologieën worden ontwikkeld en geïmplementeerd, wie welke energie aan wie levert, wie wel mag werken en wie niet, welke bestemming grond en grondstoffen krijgen, welke geschiedenis wordt onderwezen op de scholen, welke eisen er worden gesteld aan leraren, welke gezondheidszorg er plaatsvindt, welke therapieën wel en niet vergoed worden, welke wetenschappelijke paradigma’s de ruimte krijgen, welke landbouw zich mag ontwikkelen enzovoorts. Voor de verliezers rest niets anders dan zichzelf (hun arbeid) te verkopen voor geld (loon). Of te bedelen.

De kloof tussen de steeds kleiner wordende groep winnaars en de voortdurend omvangrijker wordende groep verliezers wordt steeds groter. Behalve steeds meer mensen lijdt ook de Aarde zelf onder de idee van de vrije markteconomie.

de officiële oplossing

De reguliere wetenschap en politiek kent maar één oplossing binnen dit idee. Dat is ook de oplossing die Thomas Piketty in zijn werk Kapitaal van de 21ste eeuw beschrijft, nadat hij na vele jaren onderzoek wetenschappelijk heeft aangetoond dat de bezitters van de productiemiddelen steeds rijker worden en zij die alleen hun productiemiddel arbeid kunnen verkopen steeds armer.

Het ‘subsysteem’ vrije markteconomie vraagt om het ‘subsysteem’ staat. Waarom? Om een deel van de winsten van de winnaars te verdelen over de verliezers. Via belastingheffing. Zo worden de verliezers door middel van ‘herverdeling van de welvaart’ zodanig tevreden gehouden dat ze niet in opstand komen. Ook moeten de ‘arbeidsomstandigheden’ menselijk blijven, dat dan wel.

En door middel van steeds strengere regels moet het milieu worden beschermd.

Beide subsystemen worden in de westerse politiek vertegenwoordigd door een aparte politieke stroming, de vrije markt door de neoliberalen en de staat door de sociaal-democraten met ieder een naar hun idee eigen mens- en wereldbeeld. In werkelijkheid ligt ten grondslag aan die twee zogenaamd verschillende mens- en wereldbeelden dat ene materialistische mens- en wereldbeeld. De mens, die zichzelf begrijp als een complex van fysische- en chemische reacties, die strijdt om zoveel mogelijk macht en bezit en die zich voortdurend moet aanpassen om te overleven in een arena waarin iedereen met iedereen vecht.

Vruchtbare oplossingen voor de kloof tussen arm en rijk

Een vruchtbare oplossing van de groeiende kloof tussen westerse welopgevoede witte mannen en bedelende gekleurde meisjes begint mijns inziens met het vertrouwen dat de mens meer is dan alleen maar een complex van fysische- en chemische processen. Mensen zijn ook nog creatief. Zij kunnen liefhebben, denken en alternatieven verzinnen. Zij kunnen, als ze willen, in goed onderling overleg een mens- en Aarde-waardige samenleving creëren.

Hoe? Door vanuit het geheel te denken, vanuit liefde & vertrouwen, vanuit het bewustzijn dat alle mensen op deze ene hele aarde deel uitmaken van één wereldwijde economie. Door in goed onderling overleg productie op consumptie af te stemmen. Door de gezamenlijk geproduceerde koek eerlijk onder elkaar te verdelen.

Moeten er nog aan andere voorwaarden worden voldaan om dit alles mogelijk te maken?

Ja.

Met liefde & vertrouwen alleen komen we er niet. Ook niet met alleen maar mediteren en/of alleen maar werken aan je persoonlijke ontwikkeling. Om als blanke westerling samen te leven met de donkere oosterling moeten we niet alleen het materialistische mensbeeld loslaten, maar ook liefde & vertrouwen verankeren in de samenleving zelf. Vóór wij mensen in goed onderling overleg de gezamenlijk geproduceerde koek onder elkaar kunnen verdelen, dienen wij eerst de bedrijven en organisaties (kapitaal), de mensen (arbeid) en de Aarde (grond en grondstoffen) aan zichzelf terug te geven.

Hoe?

Door de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond uit de handel te halen en nieuwe vormen van recht te ontwikkelen. Zodat niemand meer iemand anders kan ‘bezitten’. Pas op dat moment kunnen alle mensen als gelijken met elkaar in gesprek over hoe zij samen willen leven.

Als niemand meer iemand anders in loondienst kan nemen, als niemand meer macht kan uitoefenen omdat hij het bedrijf bezit waar iemand anders werkt of de grond bezit waarop iemand anders woont, dan kunnen alle mensen als gelijken vanuit liefde & vertrouwen met elkaar bepalen hoe zij samen willen wonen, werken en leven. Dan kunnen ze enerzijds vrij bepalen tot wat voor mens zij zichzelf willen ontwikkelen en anderzijds samen in elkaars levensbehoeften voorzien.

tot slot

Zolang we nog handelen niet alleen in reële economische waarden die voorzien in materiële behoeften, maar ook in de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond, zullen steeds minder mensen steeds rijker worden en steeds meer bedelende jongens en meisjes in het straatbeeld verschijnen. Halen we daarentegen de productiemiddelen uit de handel, creëren we dus nieuwe vormen van eigendom en beheer van kapitaal, arbeid en grond, dan zal bovendien het huidige geldsysteem gezond worden.

Maar dat is een ander verhaal dat ik graag een ander keertje vertel.

Mijn droom over de kloof tussen arm en rijk? Er komt een tijd dat westerse welopgevoede witte jongemannen niet meer in chique restaurants eten, terwijl oosterse ongewassen gekleurde meisjes op straat hun voeten kussen voor geld, maar dat ze gezamenlijk aan rijk gevulde tafels zitten en elkaar de lekkerste hapjes toeschuiven.

Vrijheid of Eenheidsworst?

David Laviatin over zijn foto:
“De triomf van de economische orde; stom, blind en doof voor elkaars behoeften.”

 

See me, feel me

… dat is de titel van een nummer uit 1969 van The Who. Als puber zong ik het refrein keihard mee: see me, feel me, touch me, heal me. In het kielzog van de bevrijdende sixties was menig lied een hoopvol gebed. We prezen de ophanden zijnde heelheid en deelden openlijk ons verlangen naar eenwording van de mensheid. We geloofden in alle onschuld dat onze liefde de wereld zou redden. Maar wat kwam er terecht van ons geloof? Werd de wereld er beter op? Of heeft de deining van een doorgaande trein ons al luisterend in hypnose gebracht?

The Who

Het valt me nu pas op hoe passief de woordkeuze in het lied eigenlijk is: zie mij, voel mij, raak mij aan en maak mij heel….. aan wie zijn die smeekbeden eigenlijk gericht? Dat de naam van de band op deze manier mee deed in het hele verhaal, daar had ik toen nog geen oog voor.
Er is sinds die tijd veel veranderd. Inmiddels is de vraag naar wie ons kan helen tot in enorme proporties uitvergroot. Sommigen vragen zich zelfs af of de westerse mens, die tot op het bot wordt gedomineerd door marktwerking, überhaupt nog geheeld kan worden en hebben ons opgegeven.

Zie mij?

Een optimistische stem oppert dat we misschien zijn begonnen aan een verdiepingsslag op de vier onderdelen van het refrein en dat we ze wellicht alle vier één voor één diepgaand moeten onderzoeken, beleven en doorgronden. We zijn in ieder geval nog lang niet klaar met die eerste: ‘zie mij’. Onze jongeren zijn collectief bezig met de ontdekking van het grote verschil tussen ‘zie mij’ en ‘kijk mij’. Optimisme is daarbij helaas moeilijk vol te houden, want ook al begint alle wezenlijke kennis met zelfkennis, een beleving van verbinding en eenwording raakt in onze selfie-cultuur steeds verder op de achtergrond.

Voel mij?

‘Omdat het kan’ dat lijkt zo’n beetje de belangrijkste drijfveer van de jonge medemens in relatie tot wat dan ook. Luister maar eens goed. Bijvoorbeeld over de nieuwste app op de mobiele telefoon: het kan iets en jij kan het hebben en dat is de reden waarom je het zou willen hebben. Punt.
Of wanneer het gaat over gezondheid en de omgang met het lichaam. ‘Ze kunnen tegenwoordig zoveel meer’ en dat is de reden om het te willen ondergaan. Wie neemt er nog genoegen met hoe de natuur ons gemaakt heeft? We willen cosmetische ingrepen, tattoos en ‘body positivity’ alsof we zelf een buitenstaander zijn van ons eigen lichaam en haar geneugten kunnen consumeren alsof het een voorwerp is.
‘Omdat het kan’ heeft een aura van vrije wil, maar wanneer je de woorden proeft, smaakt het naar negativiteit, zinloosheid en grenzeloosheid. Het is leeg in het midden: er is niemand in aanwezig die iets voelt. Geen zin. Geen smaak. Geen betekenis.
Als iets niét kan, dan is dat beperkend voor je keuzemogelijkheden en we willen geen inperkingen ervaren of aanvaarden. We kiezen voor het makkelijkste, lekkerste en meest ijdele. Maar er is geen sprake van meer vrije wil als je meer keuzemogelijkheden hebt. In tegendeel. Je verschaft jezelf een ontsnappingsclausule. Iets om de uitdagingen van het leven juist niét aan te gaan. Het zet je aan tot het genieten van een richtingloos leven. ‘Voel mij’ is verworden tot ‘geef mij een gevoel’. Omdat het kan.

Raak mij aan?

Een filosoof als Srećko Horvat maakt met zijn boekje “De Radicaliteit van de Liefde” korte metten met de vrije wil door aan te wijzen dat al je opvattingen en emoties al lang en verstrekkend zijn gekaapt door het kapitalisme, júist via het eindeloze aanbod van keuzemogelijkheden. En hij is in het goede gezelschap van bijvoorbeeld iemand als Yanis Varoufakis en Joris Luyendijk. Jouw drijfveren en alles waar jij zin in hebt, is koopwaar geworden.
We hypnotiseren onszelf met een handjevol overtuigingen: onze samenleving is gestoeld op vrijheid want ze is georganiseerd vanuit het uitgangspunt dat ieder mens zelf het beste weet wat goed voor hem of haar is. En op de markt komt dat allemaal optimaal tot zijn recht. Van deeleconomie is al helemaal geen sprake.
Ondertussen is zelfs je persoonlijkheid verworden tot koopwaar. En wat we moeilijk of oncomfortabel vinden, of wat ons onwelgevallig is, dat gaan we uit de weg. We geven onszelf toestemming om onze problemen onopgelost te laten. Dat geldt niet alleen voor de grote issues zoals het klimaat en financiële ongelijkheid maar ook voor zoiets simpels als het ongemak van een spontane ontmoeting in de openbare ruimte. Of erger: het risico om een blauwtje lopen. Gelukkig kun je dat met apps zoals Tinder en Grindr gemakkelijk vermijden. Raak mij aan… maar raak mij niet.

Maak mij heel?

Wie echter heel wil worden, moet langs het gebrokene. Bij de opening van zijn congres voor heelmeesters: ‘Re-thinking Healthcare’ afgelopen voorjaar – rondom de effecten van de marktwerking in de gezondheidzorg – vertelt Jan Jacob Stam dat hij zich er pas echt goed toe kon zetten om het event voor te bereiden, toen hij besefte dat het okay is om een onderdeel van het probleem te zijn. Als burger co-creëer je onbewust de problemen van de samenleving waar je deel van uitmaakt.
En op het moment dat je daar wakker in wordt, dan heb je pas echt een keuze: kiezen is iets positiefs aangaan en is dus wezenlijk anders dan gewoon maar iets doen ‘omdat het kan’.

Kiezen

In z’n kwaliteit is kiezen een liefdeskracht met een helende werking. Die kracht vormt dan ook de grootste bedreiging voor de markt, meent Srećko: haar vermogen om je leven op de kop te gooien is dezelfde als de radicaliteit van de revolutie, het vermogen om het heersende systeem omver te werpen.
Die liefdeskracht gaat over een actieve beweging. Het is de liefde die maakt dat je offers brengt voor de dingen die er voor jou wezenlijk toe doen. Die je doet putten uit een veel diepere laag dan de comfortabele laag van de veelheid aan keuzemogelijkheden – wat gewoon een verschijnsel is van luxe en overvloed. Die liefde helpt je om te zien dat je iets aan te gaan hebt met jezélf, en helpt je om je tot iets essentieels te beperken. Die liefde zet je er toe aan om je innerlijke krachten aan te boren: om voor de draad te komen met jezelf in alle eerlijkheid.

Heel mijn ik

Dat is dus zeker geen passieve ervaring. Liefde is niet iets wat je moet zien te krijgen. Alsof je alleen maar het juiste object van je liefde moet zien te kiezen. Het is iets wat je moet zien te bewerkstelligen. Het beminnen is een radicale activiteit die je totale persoonlijkheid betreft en die je moedige inzet vereist. Niet een beetje maar helemaal.
Moeite doen. Doorzetten. Je ergens aan overgeven waardoor je leven waarde krijgt. De keuze om daar wakker en present in te zijn, die kan je altíjd maken, ongeacht de omstandigheden of de mate van luxe waarin je leeft. De keuze om iets te willen bereiken, niet omwille van ijdele doelen, maar omwille van het feit dat je dan zelf verschijnt op het toneel van je leven. ik zie jou, ik voel jou, ik wil jou bereiken. Heel zijn is er helemaal zijn.

We won’t get fooled again!
Pete Townshend – The Who

Uitnodiging

Wil je op reis naar wat jouw vragen je te vertellen hebben over wat je éigenlijk het allerliefste wilt? Kom je liefde opdiepen? Wil je niet kiezen voor het vele maar voor het wezenlijke?

Kom langs voor een vrijblijvend gesprek. Elke donderdag zit ik in het Veerhuis; meld je dan even aan via contact.

 

EERSTE HULP BIJ INITIATIEFNEMEN (II)

Ik offer alles voor mijn ideaal op en vraag dit ook van anderen

Je start een initiatief. Je weet wat de behoefte is waar je in wilt voorzien, je weet dat jij er iets aan kunt doen en je gaat ervoor. Je ziet het zo helder voor je dat je vergeet dat anderen dat wellicht niet zo zien. Of nog niet zo zien. Het vraagt tijd om je initiatief te laten landen bij meer mensen. Om het zo goed te kunnen verwoorden en in de vorm te zetten dat anderen ook daadwerkelijk kunnen zien wat je bedoelt, waar je heen wilt. En zich ermee kunnen verbinden. Dat alles gaat niet van het ene op het andere moment.

In eerste instantie zullen mensen jou willen helpen. Die mensen zijn bereid hun energie en wellicht ook wat startkapitaal te geven om jou verder te brengen. Vaak omdat ze vooral in jou geloven, omdat ze je drive voelen voor hetgeen je wilt neerzetten. Dat is fijn en ik raad uit ervaring aan deze hulp ook te ontvangen. Maar uiteindelijk wil je daaraan voorbij groeien. Zoek je mensen die zich met het ideaal verbinden en daar net zo mee verbonden zijn als jijzelf. Maak jezelf los van het ideaal. Alleen als dat gebeurd, wordt het project groter dan jijzelf. In het vorige blog schreef ik al over het proces van voldoende bij je houden en het idee zoveel mogelijk meegeven van wat jij daarin ziet om het vervolgens ook te kunnen delen, het idee dat eerst bij jou is in het midden leggen zodat mensen daarop aan kunnen sluiten in plaats van op jou.

Dat is een heel proces van verbinden en als initiatiefnemer mag je daar ook kritisch en beschermend in zijn. Jij bewaakt immers het heilige vuur.

Zelfopoffering
In dit blog wil ik het aspect uitlichten wat het van je vraagt om de waarde uitruil goed voor elkaar te krijgen. Als initiatiefnemer heb je vanuit je enthousiasme voor het idee en de overtuiging dat toch iedereen dat wil, vaak onvoldoende oog voor wat de ander werkelijk wil. Past dit idee op dit moment in de tijd ook werkelijk bij deze persoon om er zich aan te verbinden of laat zij zich verblinden door jouw passie? Hoe zuiver is de totstandkoming van de verbinding? Welke motieven spelen mee om mee te gaan werken aan jouw project? Wat is de onbewuste verwachting over de waarde-uitruil die altijd plaatsvindt? Vanuit je gedrevenheid en passie kan het lastig zijn een eerlijk gesprek te voeren over deze daadwerkelijke waarde uitruil. Ik weet in ieder geval uit eigen ervaring hoe moeilijk ik het vond om de realiteit echt te erkennen. Om werkelijk ruimte te maken voor iemand anders zijn/haar NEE. Omdat je de hulp ook zo nodig hebt. Omdat je zo in je idee gelooft en je niet kan voorstellen dat anderen dit niet ook doen. Linksom of rechtsom, als mensen maar gaan helpen. Zo kan je gemakkelijk gaan denken. Het werkt zo dus niet.

De claim op de ander
Ik ervaar het als cruciaal dat je in een sfeer blijft van respect voor de ander en diens verlangen en mogelijkheden, diens eigen vrije keuzeruimte. Hoe makkelijk leggen wij initiatiefnemers een claim op de tijd en hulpbereidheid van anderen ten behoeve van het grotere goed? Vanaf het begin raad ik aan om de relatie zo zuiver mogelijk op te bouwen. Dat je voor iedereen duidelijk maakt wat er te halen is en wat er te brengen is. In termen van geld en tijd of anderszins. Probeer daarin zo expliciet mogelijk te zijn, schep geen valse verwachtingen. Maak het niet mooier dan het is. Zo verbinden mensen zich vanuit inzicht en eigen verantwoordelijkheid en voorkom je het binnensluipen van oneigenlijke motieven die de relatie al snel kunnen vertroebelen.

Oneigenlijke motieven van verbinding
Een oneigenlijk motief om te verbinden kan bijvoorbeeld zijn: als ik mee ga werken krijg ik aandacht, status, een bepaalde macht in die sector, zeggenschap. Of als ik met hem mee ga doen, dan hoor ik erbij en zullen ze me leuk gaan vinden. Ja, zo simpel kan het zijn. Als deze uitruil dan niet tot stand komt doordat het project bijvoorbeeld niet snel genoeg succesvol wordt, dan zal dat gevolgen hebben. Mensen kunnen bijvoorbeeld al snel weer weggaan met inbegrip van alle verloren energie die je in de verbinding gestoken hebt. Dat frustreert en put je uit. Of ze zullen de organisatie alsnog tot een succes willen brengen op een manier die niet past bij de identiteit van de organisatie. Hiertegen zal je dan ook gegarandeerd in opstand komen. Eigenlijk wil je dit soort verbindingen voorkomen. Let wel, oneigenlijke argumenten spelen natuurlijk altijd een rol, we zijn allemaal mensen. Drijfveren. Onbewuste motieven. Spelen altijd mee. Wat ik zeg is dit: besteed er aandacht aan in de relatie. Maak helder wat de echte motieven zijn en wat er af en toe omhoog piept aan bij-motieven, drijfveren, onbewuste motieven. Dat is okay, als het hoofdmotief tot verbinden maar klopt. Beter benoemen en er dan ook op aangesproken mogen/kunnen worden dan dat het onbewust de basis van de verbinding is en dus ook van het handelen.

Vertrouwen als basis
Het gaat er dus wat mij betreft om dat je – terwijl je in de doe-energie van het bouwen zit – tegelijkertijd de flexibiliteit en de interesse in de ander behoudt om je werkelijk te verplaatsen in de ander. Om met elkaar te onderzoeken of jouw project werkelijk past bij de (hogere) intentie van de ander. De vraag is dan: hoe kan je de ander vrij laten in zijn verbinding? Hoe kan je de ander helpen echt tot een vrije keuze te komen?
Bottom line is denk ik altijd weer vertrouwen. Vertrouwen in de kracht van jouw idee. Vertrouwen in jezelf, dat jij – als jouw idee werkelijk gewild wordt en goed is voor allen – de steun zal krijgen die het nodig heeft en de mensen die het met jou zullen bouwen. Dat er krachten gaan meewerken als jouw intenties zuiver zijn en niet primair voortkomend uit onze ego behoeftes zoals status, macht of geld. Als jij vanuit liefde voor de zaak handelt, mag je erop vertrouwen dat mensen jouw idee weten te vinden en aan gaan haken. Dan kan je je losmaken van het afhankelijke gevoel van die ene persoon en vertrouw je erop dat je geholpen wordt. Echt in je eigen idee gaan staan geeft aan de ene kant de kracht aan jezelf en je idee en aan de andere kant ontstaat er een vrije ruimte voor mensen om daar al dan niet op aan te haken.

Succes met wat jij aan het neerzetten bent, dan groei je zelf en gaat de wereld met je mee doen

Op vrijdag 25 januari organiseer ik een lezing over de cursus voor initiatiefnemers.
Als je interesse hebt, voel je welkom.

Eerste blog gemist? lees deze hier terug.