Tag Archief van: geld

Over het scheppen van geld, interview met Peter Blom

Jac: “Er is teveel geld op aarde.”

Peter Blom: “Ja, dat is ook zo.”

Als er teveel geld is, hoe ontstaat dat dan? Gangbare economen zeggen, er wordt ook teveel gespaard door mensen. Hoe breng je evenwicht tussen de hoeveelheid geld die er is en de hoeveelheid goederen die circuleert?

“Voor mij zijn zulke vragen ook een worsteling.”

Iemand kwam met het voorbeeld van vier bankdirecteuren die elkaar elk een miljard lenen. Er is vier miljard omzet geboekt maar eigenlijk is er niets gebeurd.

“Economisch is het niet zo relevant dat dat gebeurt. Die virtuele economie verhoogt de balans. Maar zolang er in de reële economie maar niets gebeurt met dat feit, is er niet zoveel aan de hand. Het probleem zit hem veel meer in de geldschepping, het feit dat gewone banken, ook de Triodos Bank, geld kunnen scheppen. Geldscheppen wordt relevant als je daar in de reële economie iets mee doet. Als je het alleen maar aan een andere bank leent en je leent het weer terug, zoals de Japanse banken in het verleden deden om de balans te verhogen, dan bouw je dat voor 1 januari op en na 1 januari weer af en economisch is dat niet zo relevant.”

Kun je uitleggen hoe het geldscheppen werkt?

“In dit verband moet je alle banken zien als één bank. Dus ABN Amro, ING en ook wij zijn één bank en alle burgers en bedrijven hebben een rekening bij die ene bank. Nu komt iemand naar ons toe die krediet wil hebben, om daar iets voor te kopen. In de rekening-courant van die persoon creëren wij een tegoed. Hij mag 100.000 euro gebruiken voor uitgaven, aan bijvoorbeeld computers. Dus zodra hij die koopt, dan maken wij het geld over naar de computerfabrikant, die ook weer een rekening bij ons heeft. Dus op dat moment creëren wij, door een krediet te geven aan een klant 100.000 euro aan geld wat dan gebruikt gaat worden in de reële economie omdat er een computer mee wordt aangeschaft. Dat is in essentie geldschepping. (…) Het creëren van een tegoed op een rekening courant (van een lener, red.) is eigenlijk een afspraak.

Wij vertrouwen jou, op basis van je ondernemersvaardigheden, je toekomstige inkomsten, een onderpand, en we geven krediet. Dat was er eerst niet en wordt in feite verstrekt –zo zou het althans moeten zijn- op basis van de verwachte waardecreatie waaruit de aflossing en rente betaald kunnen worden. Dat is het geldscheppingsproces. Sparen is eigenlijk geldvernietiging. Iedereen die geld spaart bij een bank, onttrekt daarmee geld aan de economie, aldus de standaard monetaire theorie. Dus het is het saldo van kredietverlening minus het geld dat gespaard wordt, dat is wat er in de economie aan geld wordt toegevoegd. Wij – als samenleving, omdat we de banken dat toestaan – hebben veel meer krediet verstrekt dan dat er werd gespaard. Als er evenveel krediet wordt verleend als dat er gespaard wordt, wordt er geen nieuw geld geschapen. Je creëert geld als je een krediet verleent waar geen spaargeld tegenover staat.”

En daar is een verhouding tussen, toch, de hoeveelheid spaargeld die jullie moeten hebben…

“De enige factor die eigenlijk beperkend werkt op de kredietverlening, is het vereiste eigen vermogen dat een bank moet aanhouden tegenover krediet, de zogenaamde BIS-ratio. Hoeveel vermogen je moet hebben om krediet te kunnen verlenen. De “leverage”-factor*, zal ik maar zeggen, is cruciaal. Die was heel hoog, en die zijn ze omlaag aan het brengen. Dat heeft een remmende werking op de kredietverlening. En nu is de volgende vraag, wat zou nu de basis moeten zijn van de geldschepping? Welke leverage is aanvaardbaar? en is het alleen een getal of moet je ook veel preciezer gaan kijken naar waar het geld voor wordt aangewend?”

Misschien kunnen we dit meteen inweven: wat is nu de verhouding tussen de commerciële bank die geld schept via kredietverlening en tussen de centrale bank die het monopolie heeft op het drukken van geld?

“Geld drukken wordt eigenlijk steeds minder relevant. Maar de centrale bank kan wel tegoeden creëren voor jou, en kan zorgen dat er meer geld in omloop komt. Die staat achter de primaire banken en is een factor die, als de geldschepping door kredietverlening ergens stokt, via meer liquiditeit in de markt, dat alles door loopt. Dat is hun primaire functie geworden. Vroeger ging geldschepping veel meer via het drukken van bankbiljetten, maar nu veel meer door kredietverlening. Dat is een verschuiving. Dat vindt plaats in de markt en is veel moeilijker te controleren.

Centrale banken hebben steeds meer de functie van een “lender of last resort” voor de banken. Dat zie je nu ook gebeuren, maar ook andersom, interessant genoeg. Centrale banken dienen nu als zekere parkeerplaats voor banken. Banken, ook Triodos, hebben overschotten neergezet bij de ECB. Banken hebben limieten aan hoeveel geld ze bij andere banken mogen neerzetten. Dat heeft te maken met risicospreiding en is ook heel goed. Maar op een gegeven moment heb je meer geld dan je bij banken neer kan zetten en dat zetten banken dan bij de ECB neer. Dan heb je de banken die in deze markt te weinig spaargeld kunnen ophalen, die dan bij andere banken terecht moeten maar van hen te weinig geld kunnen krijgen van andere banken, vanwege de limieten.

Die markt zit nu vast. Omdat banken zich afvragen: hoe zitten jullie in Griekenland, in Italië? Wij willen eigenlijk geen “exposure” (vordering, red.) op jullie hebben. De ECB is dan waar banken heen kunnen om op basis van onderpand, portefeuilles, liquiditeit te krijgen. Dus hier zie je ook dat de ECB een veilige haven is voor banken die geld willen plaatsen en elkaar niet vertrouwen, maar voor andere banken om geld op te nemen. De functie van achtervang en zekerheidsbieder is veel meer hun huidige functie van centrale banken dan wat ze vroeger deden: opereren in de markt, schatkistpapier opkopen of uitgeven enz. Dat laatste doen ze nu veel minder.

Het is nu veel meer een liquiditeitsbuffer voor banken geworden. Daar hebben ze absoluut een nuttige functie. Maar nu even weer terug naar geldschepping: dat is dus helemaal verschoven naar de markt. Banken zijn als gewone ondernemingen gaan fungeren en zijn gaan zoeken naar hoe ze nog meer “leverage” kunnen toepassen bij de kredietverlening. Want meer leverage betekent meer winst maar ook meer risico. Die leverage-ratio’s zie je dus oplopen in de loop der jaren.”

Nu komen we dus eigenlijk op het punt: hoe ontstaat dan het teveel aan geld? Banken zijn commercieel en willen zoveel mogelijk uitlenen…

“Ze brengen steeds meer geld in de economie. Maar ze doen dat niet zoals centrale banken dat vroeger deden vanuit een standpunt wat een goede verhouding is tussen de monetaire sfeer en de reële sfeer. (…) De banken hebben gewoon gedacht: jongens, daar zit muziek in, we gaan nog meer “leveragen”. Politici denken van: als de banken geld in de economie brengen dan gaat de economie lekker draaien, daar houden mijn kiezers van. Door het verlagen van de rentes hebben ze dat ook enorm aangewakkerd. Want elke keer dat je de rente verlaagt, is er weer meer ”leverage” mogelijk. Zo ontstaat er dus steeds meer geld.

En normaal, en volgens de theorie, zou dat door inflatie worden gecorrigeerd, het oude idee, maar wat blijkt nu: er ontstaat een aparte geldmarkt, een virtuele markt, die zichzelf in stand houdt. Vroeger werd eigenlijk veel vaker gecheckt door de reële economie van: klopt dit nog wel. Als er teveel geld kwam, dan krijg je inflatie en daar houden mensen niet van. Dan gingen ze naar de overheid, die zei van dat moeten we bestrijden, en dan ging de centrale bank zorgen dat de referentie rentes omhoog gingen en er minder geld in omloop kwam. Zo bestrijd je inflatie.

Het blijkt dat die relatie er niet meer zo direct is. Soms ontstaat er zo’n spanning tussen de geldeconomie en de reële economie dat er een ontlading volgt, bijna als een blikseminslag. Dat zijn die crises die we nu zien. Die maken het bewustzijn wakker van hé, er moet wel een relatie zijn met de reële economie, en dat gaat nu veel meer crisis-matig en minder geleidelijk via het inflatie-mechanisme.”

De reële economie is de economie van goederen en diensten waar behoefte aan is…

“Ja. De reële economie heeft ook een ontwikkeling doorgemaakt. We gaan hierbij over de grenzen van wat de planeet aankan. Ook daar is sprake van leverage, maar dan op de regeneratiecapaciteit van de planeet. Daar ligt de koppeling met het duurzaamheidsvraagstuk. Vroeger was de oplossing steeds: we moeten meer consumeren. Dat werkt niet meer. Dat werkt nog wel in Azië, en wellicht in Afrika en Zuid-Amerika. Die zijn nog arm en die kunnen nog door kredietverruiming de bestedingen en daarmee de economie laten groeien in reële termen.

Maar het mondiale probleem is dat de aarde dat niet meer aankan. We kunnen straks de spullen niet meer produceren. De reële economie kan daarom de problemen van de monetaire geldschepping, die steeds groter worden, niet meer oplossen. Dus de verdiencapaciteit van de reële economie is niet groot genoeg meer om de boost aan geld dat rendement moet maken… om dat op te brengen. Je ziet alle beleggers zich steeds vaker achter de oren krabben: waar kunnen we überhaupt nog rendement maken?”

Dus aan de ene kant heb je steeds meer geld, en dat dwingt om steeds meer te produceren omdat dat geld waarde zoekt….

“Precies. Omdat er wel rendement gemaakt moet worden en men zich steeds onzekerder voelt over de virtuele rendementen, de virtuele geldmarkt.”

Dat hangt ook samen met het gegeven dat het een illusie is, het voorziet niet in een behoefte…

“De blikseminslagen zullen steeds vaker komen. Omdat men merkt: we kunnen wel denken dat we met die producten geld maken, maar we maken daar eigenlijk helemaal geen geld mee.”

Bovendien is geld op zichzelf niks. Je kan geld verdienen door een stuk land te kopen en het een tijdje later weer te verkopen. Maar dan is er niets gebeurd. Je hebt niets toegevoegd aan de samenleving.

“Dat is een moreel vraagstuk. In een individueel geval kan dat wel degelijk geld opleveren, omdat de waardering hoger is. Maar als je het macro-economisch bekijkt, dan zie je dat er weliswaar nog gebieden op aarde zijn waar mensen een koopkrachtige vraag kunnen ontwikkelen, maar dat die vraag niet meer op een ouderwetse manier kan worden ingevuld, namelijk met nog meer mijnbouw, nog meer intensieve landbouw. Dat kan de aarde gewoon niet meer aan. De factor natuur zet daar een streep. Die zegt: het gaat gewoon niet meer zo.

Zo’n situatie hebben we niet eerder gehad, en daarom kan je de huidige crisis niet vergelijken met vorige crises, ook niet met de ‘New Deal’ van Roosevelt. Je kan niet zeggen: deze is erger dan de vorige. Deze is volstrekt nieuw in zijn aard, omdat de factor natuur nu meespeelt: het feit dat er nu zoveel meer mensen zijn die een bepaalde ‘way of life’ opeisen. Daar zit een fundamentele spanning die we niet kunnen oplossen. Dat kunnen we dus ook niet oplossen met nog meer geldschepping, nog lagere rentes, en hopen dat er ergens weer groei ontstaat. Want dat model hoort bij de twintigste eeuw, niet bij de eenentwintigste. Dat is gewoon over en uit.”

Dus? Wat is volgens jou de oplossing?

“Dat is niet zo simpel te zeggen omdat het samenhangt met allerlei ontwikkelingen waar de mensheid doorheen gaat. De oplossingsrichting, zoals ik die zie, is dat je geldschepping veel meer koppelt aan de draagkracht van de aarde. Daar zijn interessante gedachtes over. Dat zou de nieuwe ‘benchmark’* moeten zijn. Vroeger werd geldschepping verantwoord door goudvoorraden, later de dollar en nu door een verwachte permanente economische groei. we zijn het maken van schulden steeds normaler gaan vinden want dat gaan we straks allemaal terugverdienen omdat groei normaal is. Dat was de naoorlogse periode, en dat was ook terecht, want er moest ook heel veel gebeuren en er was ook heel veel groeipotentie. Dan kan je geldscheppen zoals we dat gedaan hebben ook best verantwoorden. Maar dat kan niet meer en dus moet je een nieuwe ‘benchmark’ vinden.

De ‘benchmark’ is dus niet meer materiële groei in de toekomst, maar wat kan de aarde dragen aan reële economie en hoeveel geld heb je nodig om die economie te laten draaien. Banken moeten zich afvragen op welke manier zij hun geldscheppende potentie inzetten en of dat in evenwicht is met de economie in samenhang met wat de aarde qua duurzaamheid kan dragen. Dat moet de vraag aan banken zijn. Het is niet meer een blinde geldscheppingsmogelijkheid, het moet steeds in relatie worden gebracht met de reële economie en met de draagkracht van de aarde. En daarvoor moeten we nieuwe methodieken, nieuwe dialogen met consumenten en producenten ontwikkelen. Ik merk ook wel dat economen daar open voor staan. Zij zeggen ook dat we een andere ‘benchmark’ nodig hebben.

Dat vrije geldscheppen kan niet meer, dat is onbeheersbaar geworden en dus moeten we een andere ratio ontwikkelen. En die ratio zitten niet in Basel III, om maar even die term te gebruiken, dat gaat nog heel erg uit van eigen vermogen: meer eigen vermogen remt de kredietverlening. Dat is al een stap in de goede richting, want daarmee heb je wel een remmende factor. Maar het is nog steeds een denken in term van de markt: als we het maar moeilijker maken zal het minder gebeuren. En de volgende stap, daarmee worstelen de economen en daarbij heb je oude en nieuwe denkers. De vraag is: hoe kunnen we een nieuwe relatie leggen tussen het geldscheppende vermogen van banken en de draagkracht van de planeet en de reële economie die daarvan afhankelijke is. Dat is het vraagstuk.”

En niet het vraagstuk dat er tegen geld reële economische waarde moet staan?

“Dat zeg je daarmee eigenlijk wel. Want zodra je dat gaat koppelen, dan zal je zien dat een bank zichzelf heel anders gaat inrichten.”

Maar dat betekent ook dat je niet meer geld gaat verdienen met de handel in aandelen of grond.

“Nee, want daar mag je dan geen geldscheppende capaciteit meer voor gebruiken. Dat je nog een soort liquiditeitsfunctie vervult, is voor dit vraagstuk niet zo relevant maar overigens wel belangrijk. Dat kan altijd gebeuren, dat je een soort olie in de machine hebt en dat je dat als bankwezen moet verzorgen. Dat zit bijna op het niveau van koopgeld: soms heeft de een wat over, en de ander wat tekort. Dat is allemaal korte termijn. Maar de echte geldscheppende functie van banken, die een enorme boost heeft gegeven aan de economie de afgelopen 30 jaar, daar is een grens aan gekomen.

Je hebt misschien gehoord dat Bernanke zei: ik zet de rente heel laag en dat doe ik tot 2013. Hij gaf daarmee een signaal af dat hij geen instrumenten meer heeft om maximaal te leveragen. This is my final offer. De rente wordt extreem laag, de leverage wordt extreem groot daardoor, en hij zei daarbij ook nog eens: ik doe dit tot 2013. Daarmee geef je als centrale bank zo’n beetje alles uit handen. Je kan dan nog wel geld drukken als centrale bank, dan maak je het alleen maar nog erger. Dat is een fascinerend signaal, dat een centrale bankier het zo zegt. Ik vind het ook interessant dat Trichet daar niet zomaar in meeging. De ECB heeft wat mij betreft een gezondere rolopvatting als de Fed. Er zit druk op de ECB om net als de Fed ook te gaan voor volledige werkgelegenheid, het stimuleren van de economie.

Maar ik denk dat de ECB veel meer moet blijven kijken, zoals de statuten aangeven, naar de relatie tussen monetaire economie en reële economie en daar ook echt onafhankelijk in moet blijven optreden. Tot nu toe proberen ze dat tot mijn verrassing redelijk goed. Ik vind het helemaal niet zo slecht hoe ze dat hebben gedaan, maar de druk van de politici is erg groot om het wel tot een instrument van de korte termijn te maken. Het is fascinerend wat er gebeurt.”

interview door Jac Hielema – klik hier voor meer info
uitgewerkt door Arjen Nijeboer

7 grote vraagstukken & oplossingen in de nieuwe economie

De keten van producent tot consument is vaak lang en ondoorzichtig. Zijn ze wel duurzaam en is het ook een circulaire economie? Dit blog gaat in op de 7 grote vraagstukken van deze eeuw en hoe we daar mee om kunnen gaan (bron: artikel radicale ketenvernieuwing, het Groene Brein).

In de 21ste eeuw staan we voor grote vraagstukken. Het zijn de almaar toenemende kloof tussen armoede en rijkdom, klimaatproblemen, bodem- en grondstoffenuitputting en vervuiling, migratie en vluchtelingenvraagstukken e.d.  Velen zien samenwerking door de hele keten van producent tot consument als één van de oplossingen voor deze problemen.

Wij zien de situatie in ketens (onder meer in de agrarische sector) op dit moment echter als onduurzaam en geen voorbeeld van circulaire economie. Bovendien vonden we oplossingen die in ketentrajecten worden ontwikkeld vaak te stap voor stap, te weinig integraal en te beperkt systemisch van aard om zoden aan de dijk te zetten. Wat ons betreft is er meer nodig willen ketens een antwoord zijn op de grote vraagstukken van deze eeuw. Hoe zijn korte ketens te realiseren?

7 oplossingen voor een radicaal nieuwe aanpak in de keten.

Uit de whitepaper Radicale ketenvernieuwing van het Groene Brein komen 7 interessante ideeën naar voren voor een nieuwe aanpak in de keten. Ik deel ze met je.

1. Van deelbelang naar gemeenschappelijk belang. Ook financieel.

Werk aan een gemeenschappelijk doel voor de keten. Organiseer vanuit dit doel besluitvorming waaraan elke schakel zelfstandig deelneemt. Organiseer daarnaast principes van gedeelde winst.

2. Van éénvoudig eigenaarschap naar meervoudig eigenaarschap

Werk aan meervoudig eigendomsrecht van grond, arbeid en kapitaal, bijvoorbeeld middels beheerstichtingen die de productiemiddelen namens het collectief beheren. Dit betekent een radicale verschuiving in de balans waarop deze idealiter niet meer zijn opgenomen.

3. Van enkelvoudige waarde naar meervoudige waarde

Maak voor je eigen keten een model waarin meervoudige waarde creatie en vernietiging transparant gemaakt kan worden en bereken dit door in de verlies/winst rekening

4. Van anoniem naar bekend en transparant

Organiseer ketens waar mogelijk lokaal met partijen die elkaar kennen en internationale ketens met vaste partijen die elkaar kennen en transparant zijn naar elkaar.

5. Van reclame naar gedeeld verhaal

Vertel het verhaal gezamenlijk, inclusief de consument. Creëer een overkoepelend marketingbudget in het belang van de gehele keten.

6. Van lineaire processen naar circulaire processen

Zoek naar voorbeelden en sluit je daarbij aan. Open een eerlijke en gelijkwaardige dialoog met alle partijen in de keten.

7. Van “straffen en belonen” naar inspirerend leiderschap.

Handel vanuit vertrouwen en liefde. Onderzoek je eigen angsten en behoeften aan overheersing in de keten. Werk vanuit heelheid.

Basisinkomen; alleen succesvol in een nieuwe economie

Een kunstenaar die nadacht over het basisinkomen, dan krijg je wat nieuws. Het was Pieter Kooistra die in de jaren 70/80 een plan schreef hiervoor. In deze blog lees je zijn ideeën en hoe je het basisinkomen kunt realiseren door te werken aan een nieuwe economie.

Simpel en revolutionair

Wat hij bedacht was simpel en revolutionair tegelijk. De huidige economie heeft als belangrijk uitgangspunt: kosten gaan voor de baat uit, oftewel eerst werken dan geld (loon) ontvangen. Vanuit dit principe is onze hele economie opgebouwd.
Maar je kunt óók zeggen: het is onze maatschappelijke plicht om goed voor elkaar én de natuur te zorgen. Dus, vroeg hij zich af, zou je niet een economie kunnen bedenken waar de rechten van de mens niet een sluitstuk zijn maar een uitgangspunt. Oftewel “Relaties gaan voor de baat uit”. Van daaruit begon hij de zaken om te draaien en kwam op de eerste gedachte: een basisinkomen voor alle mensen – wereldwijd.

5 voorwaarden om het basisinkomen mogelijk te maken

  1. Financiering niet met het geld uit de huidige (oude) economie gedaan moest worden, maar uit die nieuwe economie zelf met een eigen digitale munteenheid
  2. Het tweede belangrijk uitgangspunt was: Laat de huidige economie maar even voor wat het is. We zetten er ‘gewoon’ een geheel nieuwe economie naast, die als in een goed huwelijk wel aansluit op de huidige economie, maar waarbij de twee economieën hun eigenheid behouden.
  3. Een nieuwe vorm van maatschappelijke besluitvorming is nodig. Want wie beslist over al dit moois. We hebben daar wel iets anders dan politiek in zijn huidige vorm voor nodig. Politiek hoort bij de huidige ‘mannelijke’ economie. En bij het stemmen kan 51% de andere 49% negeren.
  4. Het vierde element is de relatie tussen consument en producent. Nu wordt via marktonderzoek onderzocht hoeveel van iets geproduceerd moet worden. Het resultaat kent u. Regelmatig worden producten op de markt gedumpt (vaak in derde wereld) met alle verstoringen van dien; en de economen maar denken dat “vraag en aanbod” het vanzelf regelt. De huidige economie is dus niet een evenwicht van vraag en aanbod maar: vraag en aanbod en weggooien. Waarom niet vooraf vraag en aanbod aan elkaar verbinden. Een abonnementsvorm is daar een voorbeeld van en Pieter Kooistra introduceerde eigenlijk met de Kunstuitleen, die hij in 1955 bedacht, deze gedachte in de kunst. Een ander voorbeeld is het groenteabonnement van Odin, dat aantoont dat je ook voedsel in abonnementsvorm kunt distribueren.
  5. Als vijfde aspect zouden we nog willen noemen de VN ofwel UNO. Pieter Kooistra had primair zijn plan opgehangen aan de mensenrechten. Om dit te organiseren zag hij een belangrijk rol weggelegd voor de VN. Uiteraard dan wel op een andere manier georganiseerd (sociocratisch) en met andere taken. In onze global village van de toekomst is het nodig om over landsgrenzen heen te denken en te organiseren en dat kan alleen met een goed opgezette VN.

Henry in gesprek met Patch Adams en stelde de vraag wat hij vond van een wereldbasisinkomen. Hij antwoordde: “All we need is a basic income of love”.

Kan dat eigenlijk wel? een nieuwe economie?

Ja maar . . . zult u misschien nog zeggen. Je kunt toch niet zomaar een nieuwe economie bedenken met een eigen puntensysteem. Op meer dan 5000 plaatsen over de hele wereld lopen proeven hiermee, veelal met zogenoemde LETS systemen. Een ander bekend voorbeeld is Curitiba in Brazilië waar de burgemeester al in de jaren 70 een puntensysteem voor afval en openbaar vervoer bedacht en dat nu tot een welvarende en goed functionerende stad in een ontwikkelingsland is gegroeid. En tegenwoordig de internetmogelijkheden met blockchain.

Bij de stichting Uno-Foundation beginnen we gewoon dicht bij huis. Het Veerhuis. De woonplaats van Pieter Kooistra, die hoopte dat die plek eens een broedplaats van nieuwe ideeën zou worden. Met zijn gedachtegoed als uitgangspunt hebben we bijzondere plannen ontwikkeld om van het Veerhuis een mooie plek te maken waar nieuwe gedachten samenkomen. Waar we zaken willen doen in liefde en vertrouwen en je niet meer failliet kunt gaan.

We zien het al voor ons…..

Het toekomstige journaal van 20.00 uur dat afsluit met: “De street-index in Amsterdam en New York is met 26 punten gestegen – dit als gevolg van een positieve stemming in de nieuwbouwwijken en musea. De Ecotrend Watchers Index (EWI) toont weer een opwaartse lijn na de terugval van vorige week. De health-index gaf een stabiel beeld te zien. Weliswaar is het aantal hartklachten beduidend gedaald, op gebied van de luchtwegen worden juist meer klachten gesignaleerd. Tenslotte de mobiliteitsindex. Deze vertoont een sterke groei van het aantal persoonlijke contacten via de internet-snelweg. Dit gaat gepaard met een evenredige daling van de verplaatsingen per auto, vooral tussen de grote steden. Tot zover het journaal”.

Was de Dow Jones index ook niet ooit een reflectie van een ideaal . . . . . . .

Er is veel te veel geld in de wereld. Hoe breng je dat in balans?

Er is te veel geld in de wereld. Er circuleert ongeveer 33 keer zoveel geld op aarde als dat er goederen worden geproduceerd, gedistribueerd en geconsumeerd. Hoe brengen we de hoeveelheid geld en de hoeveelheid economische waarde in balans? In dit blog geef ik je een idee hoe ik dat zou oplossen.

te veel geld in handen van steeds minder mensen

Dat vele geld is in handen van weinig mensen. Die er vooral aandelen en grond van kopen. De aandelenkoersen en grondprijzen stijgen door de bank genomen voortdurend. Steeds meer geld komt in handen van steeds minder mensen. Zo doende ontstaat een steeds verder uit evenwicht situatie. Wat deze mensen de macht geeft om de productiemiddelen kapitaal, arbeid en grond in dienst te stellen van hun privé-doelen. En vergis je niet, voor zover we spaargeld op de bank hebben staan, een pensioen opbouwen, verzekeringspremies betalen, doen wij net zo hard mee met het wat mij betreft oneigenlijk gebruik van kapitaal, arbeid en grond voor onze privé-doeleinden. Consequenties? Het vergroot de kloof tussen rijkdom en armoede en vernietigt cultuur, mensen en stukken aarde.

Zouden we in goed onderling overleg productie op consumptie afstemmen, dan zouden alle 7.000.000.0000 mensen gedurende vier dagen in de week slechts één uur per dag hoeven te werken om dezelfde hoeveelheid economische waarde te creëren als we nu ook al produceren. Vanuit liefde & vertrouwen kunnen we gezamenlijk gemakkelijk in alle materiële behoeften van alle mensen voorzien. Aangezien kinderen onder de achttien en ouderen boven de 65 wat mij betreft niet hoeven te werken, kan een kwart van de wereldbevolking gedurende vier dagen per week met vier uur werk ook in alle materiële behoeften voorzien. Het is een kwestie van in goed onderling overleg onze capaciteiten op elkaar afstemmen én de gezamenlijk geproduceerde maatschappelijke koek verdelen.

geen angst

In die zin ben ik ook niet bang dat de hele samenleving zal instorten als banken omvallen, de pensioengelden op zijn of andere financiële rampen. Ja, de samenleving zoals we die nu met elkaar vormen, stort in. Of vormt zich om. Of we maken van de samenleving steeds meer één grote machine waaruit steeds meer mensen uitvallen die weigeren om er een radertje in te zijn. Het doet er wat mij betreft niet toe hoe de huidige samenleving zich precies verder ontwikkelt, steeds meer mensen zullen gewoon in de onderstroom werken aan een nieuwe economie en een nieuwe samenleving.

Op grond van vertrouwen in de menselijke creativiteit. En liefde voor de mens in het algemeen. En op grond van de gemeenschappelijke intentie om een mens- en aarde-waardige samenleving te creëren. Al doende.

Je ziet het gebeuren in de onderstroom van failliete landen als Griekenland en Spanje en in de onderstroom van de failliete staat Californië van Amerika. Als mensen zitten we er samen in. We zullen er ook samen uitkomen.

Hoe?

vanuit liefde voor de mens en die ene hele aarde

Door ons (liefdevol) te verdiepen in onszelf. Door te ontdekken wie we zijn, wat we kunnen en wat we willen. Door dat niet door iets of iemand anders te laten bepalen. Door onze eigen ruimte in te nemen en ruimte te scheppen voor anderen om dat ook te doen. Door moed te ontwikkelen om wie we zijn, wat we kunnen en wat we willen uit te drukken en in dienst te stellen van het geheel. En erop te vertrouwen dat het geheel groot genoeg is voor iedereen.

Alleen al het fantaseren over het liefdevolle ontplooien van onze capaciteiten en die in dienst stellen van het geheel en erop te vertrouwen dat het geheel voorziet in onze behoeften, werkt gezondmakend op dat ene wereldwijde geldsysteem, op die ene wereldwijde economie. Want we maken er allemaal denkend en handelend deel van uit. Dus wat een ieder van ons denkt en doet, dat doet er toe. Denken en handelen we vanuit liefde en vertrouwen, dan vormt onze samenleving zich om tot een samenleving gegrond in liefde en vertrouwen; denken en handelen we vanuit angst en controle dan ontwikkelt onze samenleving zich verder op grond van angst en controle.

Ik houd van de mens. En ik ben een mens, dus ik houd van mij. En ik vertrouw op mijn oneindige fantasie en creativiteit om begrippen en ideeën te scheppen op grond waarvan ik een aarde- en menswaardige economie en samenleving co-creëer. En er is meer dan genoeg geld in de wereld.

Jouw bijdrage aan een nieuwe economie

Heb je ook het gevoel dat iets in de economie niet klopt? Dat je denkt, het is te moeilijk voor mij? En al begreep ik het, ik kan er toch niets aan doen? Laat je niet gek maken. Vertrouw op je eigen gevoel en intuïtie. Want de zogenoemde deskundigen weten het ook niet. Wisten ze het wel, dan zag de wereld er anders uit. Ik zeg je, iedereen kan de economie begrijpen. En er ook wat aan doen. Hoe?

wat eet ik eigenlijk?

Als student Tropische Cultuurtechniek in Wageningen begreep ik niets van wat de hooggeleerde economen voor de collegezaal zeiden. Hoewel ik daardoor behoorlijk ging twijfelen aan mijn eigen gezonde verstand en gevoel, liet ik me toch niet helemaal gek maken door hun moeilijke taal en abstracte ideeën. Terwijl ik in de collegezaal begrippen probeerde te vatten als prijselasticiteitvarkenscyclus en hyperinflatie, onderzocht ik thuis de oorsprong van de spullen die ik had, de kleren die ik droeg en het voedsel dat ik at. Want economie gaat over goederen die voorzien in mijn materiële behoeften. Toch?

Later ontwikkelde ik de zogenoemde ontbijt-oefening, een mooie ingang voor iedereen om een concrete voorstelling te vormen van wat economie eigenlijk is.

Als student ontbeet ik de ene keer muesli met wat fruit en melk of yoghurt, de andere keer boterhammen met kaas, jam en hagelslag, een glas sinaasappelsap en een kop koffie. En op zondag croissants, een gekookt eitje en cappuccino.

Wat ik ook at, eerst onderscheidde ik de ingrediënten. Nee niet abstract in de vorm van koolhydraten, vetten en eiwitten, maar concreet: verschillende soorten graan, zuivel, fruit, suiker, chocola en koffie.

in welke landschappen wordt het eten geproduceerd?

Vervolgens stelde ik me zo beeldend mogelijk de landschappen voor waarin deze ingrediënten werden geproduceerd. Wuivende graanvelden in Nederland, de Oekraïne of de Verenigde Staten van Amerika. Kuddes zwart- of rood-bonte koeien in stallen en weide-landschappen in Nederland, die behalve sappig groen gras krachtvoer kregen met onder andere soja uit Brazilië, maïs uit Nederland en melasse, een bijproduct van suiker. Dat laatste deed me dan weer denken aan de walmende suikerfabrieken in Roosendaal, Breda of Stampersgat. Verder zag ik fruitbomen in bloesem op de Betuwe, bananenplantages in de zinderende zon in Nicaragua en kassen vol aardbeien in de woestijn van Israël of Egypte. Ook stelde ik me cacaobomen voor op de Ivoorkust of Ghana, Papoea-Nieuw-Guinea, Ecuador of de Dominicaanse Republiek. En tenslotte zag ik de koffieplanten in Vietnam, Ethiopië of Guatemala.

welke mensen dragen concreet bij aan mijn ontbijt?

Tenslotte stelde ik me zo beeldend mogelijk voor alle mensen die in die landschappen voor mij werkten. In de jaren tachtig waren er nauwelijks computers laat staan internet. Ik moest dus mijn fantasie gebruiken. Verder kon je me vaak in de bibliotheek vinden zowel de universiteits- als de openbare. Het liefst bladerde ik in “Wist je dat….”-boeken voor kinderen met veel plaatjes. Die gaven een goed beeld, weliswaar romantisch, van landschappen waarin cacaobomen groeiden, handen die cacaobonen plukten en de verwerking van cacaoboon tot chocoladereep.

Ik zocht naar foto’s van de hoofden van de vrouwen die de manden vol koffiebonen droegen en de buiken in vieze hemden van vrachtwagenchauffeurs die bananen in oude trucks naar de havens reden. Ik las een verhaal over het uniform van de kapitein van het schip dat de soja van Zuid-Amerika naar Europa voer, inclusief de hand van het kind in Bangladesh dat de glimmende knopen op de pet van de kapitein naaide.

iedereen maakt deel uit van één wereldwijde economie

Behalve mijn ontbijt, onderzocht ik zo ook de oorsprong van mijn kleren en verder van alle spullen die ik had. Totdat ik maar naar een product hoefde te kijken om alle handen in al die landschappen te zien waarin het tot stand kwam. En ik voor mijn innerlijk oog de wielen zag draaien van de verschillende vrachtwagens over de eindeloze wegen, die de grondstoffen, halfproducten en eindproducten transporteerden. Om nog maar niet te praten over de mannen met helmen op die op grote machines die wegen aanlegden of die op hun knieën stenen legden. Ook zag ik de olieraffinaderijen roken waar de brandstoffen werden geraffineerd die al die voertuigen voortdreven.

En ik begreep dat alle mensen in de hele wereld ervoor zorgen dat ik in mijn levensbehoeften wordt voorzien. Want alles wat ik eet, alles waarin ik mij kleed, alles wat ik heb, maken anderen voor mij. Ik maak deel uit van één wereldwijde economie.

Die gedachte vervulde mij met dankbaarheid, want ik word gedragen door alle mensen op deze ene hele aarde.

Tegelijkertijd voelde ik boosheid en verdriet. Omdat wij mensen, deel uitmakend van één wereldwijde economie, tot nu toe niet in staat zijn om de economie zo te organiseren dat iedereen in zijn/haar levensonderhoud wordt voorzien.

de wanhoop van de docenten

Tijdens de colleges dreef ik de docenten tot wanhoop met mijn vragen. Waarom wordt een steeds kleiner deel van de mensheid steeds rijker en een steeds groter deel steeds armer? Waarom kunnen wij mensen met alle communicatiemiddelen die wij tot onze beschikking hebben, de gezamenlijk geproduceerde koek niet gewoon eerlijk onder elkaar verdelen? Van wie was überhaupt het onzinnige idee dat het algemene welzijn het best gebaat zou zijn bij een onderlinge concurrentiestrijd om zoveel mogelijk bezit?

De docenten en ik leefden in verschillende werelden, zij in hun abstracte ideeën en ik in de beelden van de mensen die werkten in de landschappen waar alles wat ik had, droeg en at werden geproduceerd. Wilde ik begrippen als prijselasticiteit, varkenscyclus en hyperinflatie nog wel begrijpen?

Nee, ik wilde een concrete bijdrage leveren aan een aarde- en menswaardige economie, ik zocht naar een punt waar ik aan kon zetten. Zonder het me te realiseren, was ik al begonnen met het omvormen van de economie. Simpel, door mijn voorstellingsvermogen te gebruiken. En m’n gezonde gevoel.

Ook leren hoe je je weg kunt vinden in de nieuwe economie?

Inmiddels vormt dit ervaringsgerichte waarnemen, denken en voelen de grondslag voor de Leergang Samenlevingskunst. En ook van de cursus van Vóór Christus tot ná Crowdfunding, over je relatie met geld. Want ik geloof dat mensen, alle mensen, op grond van doorleefde en doorvoelde voorstellingen van wat economie eigenlijk is, creatief worden en moed vinden om hun specifieke bijdragen te leveren aan de nieuwe economie en samenleving. Niet door moeite te doen om abstracte theorieën van politici en wetenschappers te begrijpen, maar door hun fantasie en voorstellingsvermogen te gebruiken om concrete ideeën te ontwikkelen van wat zij in concrete situaties kunnen doen. En als je dan ook nog eens deel uitmaakt van een werkplaats van mensen die elkaar helpen om deze ideeën sociaal vernieuwend te realiseren, dan draag je echt bij aan het menselijker worden van die ene wereldwijde economie.

Of wat denk jij?